ECLI:NL:RBZWB:2025:7679
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens onduidelijkheid uitvoering en waardebepaling auto
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur. De discussie betrof de juiste historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde van een BMW X5 XDrive 40i, waarbij onduidelijkheid bestond over de uitvoering (Executive of High Executive) en de waardevermindering door schade.
De rechtbank oordeelt dat geen van beide partijen aannemelijk heeft gemaakt welke uitvoering het meest passend is, en stelt de historische nieuwprijs en handelsinkoopwaarde in redelijkheid vast op respectievelijk €130.000 en €52.000. Tevens wordt geconcludeerd dat belanghebbende onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade of een schadeverleden dat waardevermindering rechtvaardigt.
Op basis hiervan wordt de verschuldigde BPM vastgesteld op €11.580, waartegenover de reeds betaalde €7.864 staat, waardoor de naheffingsaanslag wordt verminderd tot €3.716. Daarnaast kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat en inspecteur gezamenlijk aansprakelijk worden gesteld. Tot slot worden griffierecht en proceskosten aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €3.716 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding en vergoeding van proceskosten.