Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rechts inhalen in de Westerscheldetunnel te Borssele op 14 november 2022. Betrokkene en zijn gemachtigde ontkennen de gedraging, maar de kantonrechter acht de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs dat de overtreding heeft plaatsgevonden.
De procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter heeft echter langer dan twee jaar geduurd, waardoor de redelijke termijn is overschreden. Dit leidt tot een gedeeltelijke gegrondverklaring van het beroep en matiging van de boete met 25%.
Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van de kantonrechterfase, omdat de overschrijding van de redelijke termijn zich in deze fase heeft voorgedaan. De officier van justitie wordt tevens veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde zekerheidstelling.
De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd, de boete gematigd tot € 187,50 plus administratiekosten, en betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd tot € 187,50 plus administratiekosten.