ECLI:NL:RBZWB:2025:7681
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens schending procesorde en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van €6.962 opgelegd door de inspecteur. De inspecteur verklaarde de bezwaren ongegrond en handhaafde de aanslag. De rechtbank behandelde het beroep op 21 oktober 2025.
De inspecteur diende het verweerschrift en de zaakstukken pas zes dagen voor de zitting in, ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank om tijdige indiening. De rechtbank stelde vast dat dit in strijd was met de goede procesorde en dat de stukken nieuwe standpunten bevatten waarop belanghebbende zich niet kon voorbereiden. Daarom werden deze stukken buiten beschouwing gelaten, wat leidde tot een schending van artikel 8:42 Awb Pro en het onmogelijk maken van een juiste beoordeling van de aanslag.
De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag. Daarnaast kende zij belanghebbende een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan €300 voor rekening van de inspecteur en €700 voor rekening van de Staat. Ook werd het griffierecht van €365 en proceskosten van €3.108 aan belanghebbende toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter A.H.W. Steijn en griffier R.J.M. de Fouw en is openbaar gemaakt op 10 november 2025. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de naheffingsaanslag BPM en kent immateriële schadevergoeding, griffierecht en proceskosten toe aan belanghebbende.