ECLI:NL:RBZWB:2025:7692

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
C/02/432419 / JE RK 25-359
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Jong
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing minderjarige in gezinsgerichte voorziening

De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gezinsgericht gezinshuis. De minderjarige heeft aangegeven zich niet prettig te voelen in het gezinshuis en wil graag terug naar haar moeder wonen, maar de moeder erkent dat zij de zorgbehoeften van de minderjarige niet kan bieden vanwege eigen beperkingen en problematiek.

De gecertificeerde instelling (GI) heeft aangegeven dat verlenging noodzakelijk is vanwege het belast verleden en de kind-eigen problematiek van de minderjarige, die specifieke zorg en opvoeding nodig heeft. De minderjarige volgt een verkorte mbo-opleiding en staat op het punt een intensieve traumabehandeling te starten. De GI heeft een plan gemaakt voor een zelfstandigheidstraject na haar achttiende verjaardag.

De kinderrechter heeft de minderjarige telefonisch gesproken en erkent haar gevoelens en loyaliteit aan haar moeder, maar acht het belang van de minderjarige gediend met verlenging van de maatregelen tot haar achttiende verjaardag. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de minderjarige zal hierover een brief ontvangen waarin de beslissing en het belang van de maatregelen worden toegelicht.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige worden verlengd tot haar achttiende verjaardag.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/432419 / JE RK 25-359
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.M. van Woensel te Tilburg.

1.Het nader verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 15 april 2025, verbeterd bij beschikking van 21 oktober 2025, en alle daarin vermelde stukken;
  • het bericht van mr. Van Woensel van 23 september 2025;
  • de brief van de GI van 26 september 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] was uitgenodigd voor een kindgesprek, maar is toen niet verschenen. Naar aanleiding van een op de zitting door de moeder voorgelezen brief van [minderjarige] heeft de kinderrechter, tijdens een korte schorsing van de zitting, telefonisch met [minderjarige] gesproken. De kinderrechter heeft vervolgens op de zitting samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De nader beoordeling

2.1.
Bij beschikking van 15 april 2025, verbeterd bij beschikking van 21 oktober 2025, is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 29 april 2025 tot 29 oktober 2025 verlengd. Het verzoek is voor het overige aangehouden. De kinderrechter heeft aan de GI verzocht om uiterlijk op 2 oktober 2025 verslag uit te brengen, waarbij het belangrijk is dat de GI duidelijkheid verschaft over het perspectief van [minderjarige] en de wensen, behoeften en draagkracht van [minderjarige] afweegt in haar besluitvorming hierover.
Het verzoek
2.2.
Aan de orde is het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot 29 april 2026. Daarnaast heeft de GI verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot 29 april 2026. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Standpunten
2.3.
De jeugdbeschermer heeft namens de GI per brief en tijdens de zitting aangegeven dat zij een patroon ziet dat [minderjarige] steeds voor de zitting aangeeft het niet naar haar zin te hebben in het gezinshuis. Na de zitting lijkt het echter weer beter te gaan en geeft ze aan in het gezinshuis te willen blijven. [minderjarige] wisselt dus in wat zij wil. Het is daardoor voor de GI moeilijk om het perspectief voor [minderjarige] duidelijk vast te stellen. De GI heeft aandacht voor de kritiekpunten die [minderjarige] uit op de gezinshuisvader. Er is daarover gesproken met de vertrouwenspersoon van het gezinshuis. De jeugdbeschermer spreekt ook de gezinshuisouders aan op waar zij op moeten letten. De jeugdbeschermer heeft veel contact met [minderjarige] . De verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing om [minderjarige] in dit gezinshuis te laten blijven wonen zijn nog noodzakelijk. [minderjarige] heeft een belast verleden en kindeigenproblematiek, waardoor zij een specifieke zorg- en opvoedbehoefte heeft. De moeder kan dit gezien haar beperking en eigen problematiek niet bieden en heeft de hulpverlening stopgezet. [minderjarige] volgt nu tot begin 2026 een verkorte Mbo-opleiding in de omgeving van het gezinshuis. Ze wil haar school afmaken. [minderjarige] heeft binnenkort een intake bij [zorgaanbieder] voor zeer intensieve traumabehandeling. Dit is ook in de omgeving van het gezinshuis. [minderjarige] wordt volgend jaar achttien jaar. Ze mag dan zelf kiezen waar ze gaat wonen. Er is een verzoek gedaan voor verlengde jeugdhulp en ze is aangemeld voor kamertraining bij Sterk Huis in verband met haar wens om terug te keren naar Brabant. Als dit voor haar achttiende lukt, blijft ze daar hopelijk na haar achttiende. [minderjarige] verdient namelijk een plekje voor zichzelf.
2.4.
De moeder heeft aangegeven dat zij [minderjarige] natuurlijk het liefste thuis zou willen hebben, maar dat zij verstandelijk weet dat het beste voor [minderjarige] is als zij in het gezinshuis blijft. Ze maakt zich wel zorgen over de gemoedstoestand van [minderjarige] .
2.5.
[minderjarige] heeft, kort samengevat, verteld dat ze zich niet op haar plek voelt in het gezinshuis. Ze vindt het lastig, maar probeert het vol te houden. Ze heeft er erg veel last van dat de gezinshuisvader haar naar beneden haalt, waardoor zij zich niet goed genoeg voelt. Veel dingen kloppen niet in het gezinshuis. Ze heeft dit met de jeugdbeschermer en de vertrouwenspersoon van het gezinshuis besproken. De jeugdbeschermer neemt haar daarin serieus. Ze heeft, net als andere meiden in het gezinshuis, een melding gedaan. Er zijn ook al meiden daar weggehaald. Ze is in januari 2026 klaar met haar Mbo-opleiding. Ze wil dan niet in het gezinshuis blijven. [minderjarige] zou graag weer bij haar moeder willen gaan wonen voor ze achttien jaar wordt. Zodra ze achttien is, is het haar plan om terug bij de moeder te wonen. Ze hoort de beslissing van de kinderrechter graag via haar moeder en ontvangt ook graag een brief van de kinderrechter.
De beoordeling door de kinderrechter
2.6.
De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en de uithuisplaatsing nog steeds noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. [minderjarige] heeft een belast verleden en kind-eigenproblematiek, waardoor zij specifieke zorg- en opvoedbehoeften heeft. De moeder kan dit gezien haar beperking en eigen problematiek niet bieden en heeft ook niet de hulpverlening daarvoor. [minderjarige] moet nog een traumabehandeling krijgen. Ze heeft hiervoor lang op de wachtlijst gestaan en dit zal binnenkort gaan starten, bij een zorgaanbieder in de omgeving van het gezinshuis.
2.7.
Het is begrijpelijk dat [minderjarige] de wens heeft om, na afronding van haar opleiding, terug bij de moeder te gaan wonen. Met name gezien het feit dat zij (herhaaldelijk) heeft aangeven zich met momenten niet prettig te voelen in het gezinshuis door de houding van de gezinshuisvader. Het is voor [minderjarige] al helpend dat zij zich hierin serieus genomen voelt door de jeugdbeschermer en dat de jeugdbeschermer de nodige aandacht hiervoor heeft. Bovendien is [minderjarige] loyaal naar haar moeder. Er zit echter een verschil tussen een keuze uit het hart of een keuze uit het hoofd. Zoals de moeder ook heeft benoemd, is het, verstandelijk gezien, het meest in het belang van [minderjarige] als zij ook de komende maanden nog in het gezinshuis verblijft. Het is belangrijk dat [minderjarige] daar haar opleiding afrondt en dat zij de traumabehandeling gaat volgen. Het is de komende maanden aan de GI om met [minderjarige] een plan uit te zetten tot na haar achttiende verjaardag, zodat [minderjarige] daar ook meer rust en duidelijkheid over gaat ervaren. De GI heeft aangegeven dat er voor [minderjarige] een aanmelding is gedaan bij Sterk Huis voor een zelfstandigheidstraject en dat dit in het belang van [minderjarige] is, ook na haar achttiende verjaardag.
2.8.
Aangezien [minderjarige] op 19 april 2026 achttien jaar wordt, zal de kinderrechter de maatregelen tot die datum verlengen en het verzoek van de GI voor het overige afwijzen. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] dus tot 19 april 2026. Aangezien [minderjarige] in een gezinshuis verblijft en de GI bedoeld heeft dat [minderjarige] daar nog langer zal verblijven, beschouwt de kinderrechter dit verzoek van de GI gericht op de (sinds 1 juli jl. gehanteerde) uithuisplaatsingcategorie ‘in een gezinsgerichte voorziening’. De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening tot 19 april 2026.
2.9.
De kinderrechter verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
2.10.
De kinderrechter zal [minderjarige] een brief sturen. In deze brief staat het volgende:
Beste [minderjarige] ,
Op 28 oktober jl. heb ik jou telefonisch gesproken. In deze brief vertel ik je over de beslissing die ik heb genomen. Ik heb besloten jouw ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot jouw achttiende verjaardag.
Ik begrijp dat jij (na afronding van jouw opleiding in januari 2026) graag weer terug bij jouw moeder wil gaan wonen. Je hebt mij verteld dat je je niet prettig voelt in het gezinshuis, met name door hoe de gezinshuisvader naar je doet. Dit is ook bekend bij [persoon] . Zij neemt jou hierin serieus. We hebben het er ook over gehad dat je last lijkt te hebben van de zittingen en de belangrijke beslissingen die dan over jou worden genomen. Op die momenten lijkt het minder goed met jou te gaan. Dat vind ik heel vervelend voor jou en daar maak ik mij ook wel zorgen om. Wat wel heel goed gaat is dat je je zo inzet voor school en vrienden hebt gemaakt in jouw omgeving.
Ik vind het in jouw belang nog nodig dat je nog in het gezinshuis blijft. Jouw moeder kan jou namelijk in jouw opvoeding onvoldoende geven wat jij nodig hebt. Ik kan je daarom niet naar huis laten gaan. Ook is het belangrijk dat jij jouw school nog afmaakt en de traumabehandeling gaat volgen. Dit is allebei in de omgeving van het gezinshuis.
[persoon] heeft aan mij toegezegd dat zij met jou in gesprek blijft over jouw ervaringen in het gezinshuis. Ook heeft zij op de zitting verteld dat je aangemeld bent bij Sterk Huis voor een zelfstandigheidstraining. Ik heb aan haar gevraagd om de komende tijd met jou te gaan kijken of er een plan kan worden gemaakt om duidelijk te krijgen waar jij als jij achttien bent gaat wonen.
Ik wens je veel succes met het afronden van jouw stage en opleiding en alle goeds vanaf hier.
Met vriendelijke groet,
mr. De Jong
kinderrechter

3.De beslissing

De kinderrechter:
3.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 29 oktober 2025 tot 19 april 2026;
3.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 29 april 2025 tot 19 april 2026;
3.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. De Jong, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 7 oktober 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.