ECLI:NL:RBZWB:2025:7717
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens gewijzigd besluit
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar bezwaar ongegrond werd verklaard. Na het instellen van het beroep heeft het UWV op 18 juni 2025 een gewijzigd besluit genomen dat volledig tegemoetkomt aan het beroep van verzoekster. Hierdoor heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten, waaronder kosten voor rechtsbijstand en griffierecht.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren. Het UWV stemde in met vergoeding van proceskosten voor de gemachtigde en het griffierecht, maar betwistte vergoeding voor de arts-gemachtigde wegens gebrek aan specificatie. De rechtbank oordeelt dat het UWV geheel tegemoet is gekomen aan verzoekster en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe.
De vergoeding voor de gemachtigde wordt vastgesteld op €1.814,- voor twee proceshandelingen. Gezien het optreden van een arts-gemachtigde naast de juridisch gemachtigde, wordt de vergoeding verhoogd tot anderhalf maal dit bedrag, zijnde €2.721,-. Daarnaast moet het UWV het griffierecht van €371,- vergoeden. De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van €2.721,- aan proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €2.721,- aan proceskosten aan verzoekster.