Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat hij als bromfietser op de rijbaan reed in plaats van op het verplichte bromfietspad op de Prins Hendrikstraat te Zevenbergen. Betrokkene stelde dat het fietspad onveilig en slecht begaanbaar was, waardoor hij uit voorzorg voor zichzelf en andere weggebruikers op de rijbaan reed. Hij voerde aan dat hij niet nalatig was, maar een bewuste keuze maakte om gevaar te vermijden. De verbalisant volgde betrokkene enige tijd en legde direct de boete op zonder waarschuwing.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat betrokkene bewust het bromfietspad niet gebruikte en dit voor eigen rekening kwam. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd, maar achtte de omstandigheden van het geval voldoende aanleiding om de boete te matigen. De gemeente had het fietspad na het incident aangepast vanwege de onveilige situatie.
De boete werd gematigd tot de helft, omdat betrokkene alternatieven had kunnen kiezen om veilig te rijden zonder de rijbaan te gebruiken. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot de helft wegens onveilige omstandigheden op het bromfietspad.