Veroordeelde is in november 2023 een ISD-maatregel opgelegd voor de duur van twee jaar. In juli 2025 heeft de verdediging verzocht om een tussentijdse beoordeling van deze maatregel. De rechtbank heeft op 28 oktober 2025 een zitting gehouden waar de officier van justitie, de raadsman van veroordeelde en een deskundige van de penitentiaire inrichting zijn gehoord.
De deskundige rapporteerde dat ondanks eerdere klinische plaatsingen het gewenste resultaat niet is bereikt en dat de maatregel nu vooral gericht is op nazorg en ambulante behandeling. Veroordeelde woont begeleid en volgt nog behandelingen, waarbij voortzetting van de maatregel noodzakelijk is om de zorg en stabiliteit te waarborgen. Het recidiverisico blijft verhoogd. De officier van justitie steunt de voortzetting, terwijl de verdediging stelt dat de maatregel niet meer doeltreffend is maar dit niet nader onderbouwde.
De rechtbank weegt het advies van de deskundige en de wettelijke criteria en concludeert dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is om te voorkomen dat veroordeelde terugvalt in delictgedrag. Er zijn nog behandelingen en regelingen die afgerond moeten worden om een stabiele situatie te bereiken. De rechtbank wijst het verzoek tot opheffing af en besluit de maatregel te verlengen tot het einde van de oorspronkelijke termijn in november 2025.