Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 29 september 2022. Betrokkene en zijn gemachtigde ontkenden de gedraging, maar de kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs en verwierp het verweer.
De procedure duurde langer dan de redelijke termijn van twee jaar, waardoor het beroep gedeeltelijk gegrond werd verklaard en de boete met 25% werd gematigd. De kantonrechter mat de boete tot € 180,- plus administratiekosten.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van € 453,50 toegekend voor de kantonrechterfase, en werd de officier van justitie veroordeeld tot terugbetaling van een teveel betaalde zekerheidstelling van € 60,-.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck op 3 januari 2025 en is openbaar. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd tot € 180,- plus administratiekosten.