Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het niet zoveel mogelijk rechts houden op de A58. De verbalisant kon betrokkene niet staande houden omdat hij in burger en in een onherkenbaar voertuig reed zonder stopmiddelen. Hierdoor werd de boete terecht aan de kentekenhouder opgelegd.
Betrokkene had beroep ingesteld tegen de boete, maar werd niet gehoord door de officier van justitie, wat in strijd is met de hoorplicht. De kantonrechter vernietigde daarom de beslissing van de officier van justitie en matigde de boete met 25% wegens deze schending.
Daarnaast was de redelijke termijn van behandeling overschreden met drie maanden, wat een tweede matiging van 25% rechtvaardigde. De kantonrechter kende ook een proceskostenvergoeding toe voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter.
De officier van justitie moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terugbetalen. De uitspraak is gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck op 3 januari 2025.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard, boete tweemaal met 25% gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.