Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig op Klein Vlaanderen te Middelburg op 18 oktober 2022. Betrokkene stelde dat hij de gedraging niet had verricht en dat zijn voertuig geen excessief geluid produceert. De verbalisant verklaarde dat bij het wegrijden piepende banden te horen waren, maar dat staandehouding niet mogelijk was omdat hij te voet was.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant en dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was, waardoor de boete terecht aan de kentekenhouder is opgelegd. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de procedure was overschreden met twee maanden.
Daarom werd de boete gematigd met 25%. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van de procedure bij de kantonrechter. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag terug te betalen. Het beroep werd aldus gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete werd gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en de proceskosten werden vergoed.