Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [eiser]
- de akte van [gedaagde] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiser betaling van openstaande facturen van gedaagde. Na een tussenvonnis is nader bewijs van betaling door gedaagde ingebracht, waarop eiser heeft gereageerd met een specificatie van verrekening van het betaalde bedrag op oudere facturen zonder kenmerk.
Gedaagde betwistte de specificatie en stelde dat het bedrag niet exact overeenkomt met de facturen, maar de kantonrechter oordeelde dat dit niet van belang is voor de vordering van de facturen die nog openstaan. De kantonrechter stelde vast dat de verrekening van het bedrag van € 999,00 op oudere facturen conform artikel 6:43 BW Pro juist is.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van de resterende openstaande facturen ter hoogte van € 1.163,07, vermeerderd met wettelijke handelsrente, en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 174,46 met rente. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 889,25. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door mr. Van den Broek op 8 oktober 2025.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.163,07 met rente, incassokosten en proceskosten.