Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A4/A58 te Bergen op Zoom op 13 mei 2023. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Betrokkene voerde persoonlijke omstandigheden aan, waaronder medicatiegebruik en ziekte, maar kon niet aannemelijk maken dat deze omstandigheden het te late indienen rechtvaardigden.
De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een beroep binnen zes weken moet worden ingesteld. De termijn was verstreken op 4 juli 2023, terwijl het beroepschrift pas op 14 juli 2023 werd ontvangen. Artikel 6:11 Awb Pro biedt een mogelijkheid tot ontvankelijkheid bij bijzondere omstandigheden, maar deze zijn niet aannemelijk gemaakt. Betrokkene had bovendien hulp kunnen vragen bij het indienen van het beroep.
De kantonrechter sluit zich aan bij de vaste, strenge lijn van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over termijnoverschrijdingen en verklaart het beroep ongegrond. Hierdoor komt de kantonrechter niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de boete. De uitspraak is gedaan op 29 augustus 2025 door kantonrechter W.H.C. van Eck.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdig instellen van het beroep.