ECLI:NL:RBZWB:2025:781
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tussentijdse beoordeling ISD-maatregel wegens termijnoverschrijding
Veroordeelde is in 2023 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar. In november 2024 heeft de rechtbank reeds besloten dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van deze maatregel vereist is. Veroordeelde diende op 26 november 2024 een verzoek in tot tussentijdse beoordeling van de maatregel.
Tijdens de zitting op 30 januari 2025 werd door de rechtbank overwogen dat op grond van artikel 6:6:14 Sv Pro een verzoek tot tussentijdse beoordeling pas na zes maanden na de laatste beslissing kan worden ingediend. Omdat het verzoek van veroordeelde binnen deze termijn viel, werd het verzoek als prematuur beoordeeld.
De verdediging voerde aan dat veroordeelde niet aanwezig kon zijn bij de eerdere beoordeling en zijn spreekrecht wilde uitoefenen, maar dit kon niet verhinderen dat de wettelijke termijn werd overschreden. De rechtbank verklaarde daarom het verzoek niet-ontvankelijk. De beslissing werd genomen door drie rechters, waarbij één rechter niet in de gelegenheid was mede te ondertekenen.
Uitkomst: Veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel wegens te vroeg indienen binnen zes maanden.