ECLI:NL:RBZWB:2025:7815

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/02/439864 FA RK 25-4752
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Struijs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychotische stoornis voor twaalf maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1994, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en andere psychotische en persoonlijkheidsstoornissen. Eerder was een zorgmachtiging verleend tot 22 oktober 2025. Betrokkene gaf aan het goed te maken en wilde zijn medicatie op termijn afbouwen, terwijl de psychiater stelde dat medicatie noodzakelijk is om een psychose te voorkomen.

Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een psycholoog gehoord. De psychiater benadrukte dat betrokkene zonder medicatie risico loopt op psychische ontregeling en maatschappelijke teloorgang. De advocaat voerde aan dat een zorgmachtiging niet langer nodig is, maar vroeg subsidiair om een kortere duur van zes maanden.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder maatschappelijke teloorgang en agressie. Er is geen passende vrijwillige zorg mogelijk vanwege uiteenlopende visies over medicatie. Verplichte zorg in de vorm van medicatietoediening en vrijheidsbeperkingen is noodzakelijk, evenredig en effectief. Minder bezwarende alternatieven ontbreken.

De rechtbank verleende daarom de zorgmachtiging voor de gevraagde duur van twaalf maanden tot en met 3 oktober 2026, wijzend het meer of anders verzochte af. De beschikking is in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd op 17 oktober 2025.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor betrokkene om verplichte medicatie en vrijheidsbeperkingen toe te passen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439864 / FA RK 25-4752
Datum uitspraak: 3 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevr. [persoon 1] , psycholoog bij FACT;
- mevr. [persoon 2] , psychiater.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 22 april 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 22 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt naar voren dat het goed met hem gaat. Hij geeft aan zijn toekomstige carrière zorgvuldig te hebben overwogen. Betrokkene wil starten met de studie neuropsychologie, omdat deze studie volgens hem het beste aansluit bij zijn interesses. Momenteel heeft betrokkene onderdak bij [accommodatie 1] . Betrokkene geeft aan dat hij de voorkeur geeft aan het oplossen van zijn problemen boven het onderdrukken ervan met medicatie. Hij is van mening dat hij al heeft gewerkt aan zijn problemen en deze heeft opgeruimd. De huidige medicatie heeft volgens betrokkene een stabiliserend effect, maar hij wil deze op termijn afbouwen. Betrokkene erkent dat de medicatie momenteel noodzakelijk is, omdat hij anders geneigd is om dingen in te beelden en omdat dingen anders ‘de kwade kant op gaan’.
4.2.
De psychiater verklaart dat de medicatie niet alleen helpend is, maar een voorwaarde voor het voorkomen van een psychose bij betrokkene en om behandeling mogelijk te maken. Betrokkene is tijdens zijn verblijf op de [accommodatie 2] in [plaats 2] goed ingesteld op zijn medicatie. Hij krijgt oraal olanzapine. De medicatie heeft ervoor gezorgd dat er een positieve ontwikkeling te zien is in het gedrag van betrokkene. Gezien wordt dat betrokkene zijn medicatie accepteert, omdat dit bij wijze van verplichte zorgvorm in de machtiging is opgenomen. Desondanks is de medicatie regelmatig onderwerp van gesprek. Aangezien betrokkene een andere visie heeft over wat goed voor hem is en wat hij nodig heeft, heeft de psychiater niet de overtuiging dat betrokkene zijn medicatie ook zonder zorgmachtiging op vrijwillige basis zal blijven innemen. Als betrokkene stopt met het innemen van zijn medicatie, bestaat het risico op een psychische ontregeling bij betrokkene. In dat geval bestaat de verwachting dat de samenwerking van betrokkene met het FACT-team zal verslechteren en er opnieuw sprake zal zijn van teloorgang.
Opgemerkt wordt voorts dat betrokkene ten tijde van de aanvraag van de zorgmachtiging nog dakloos was. Inmiddels verblijft hij bij [accommodatie 1] . Hoewel betrokkene in de afgelopen periode hard aan zichzelf heeft gewerkt, zijn de positieve ontwikkelingen naar de mening van de psychiater nog pril en kwetsbaar. Gelet hierop is de psychiater van mening dat verplichte zorg nog steeds noodzakelijk is. De psychiater sluit zich aan bij het verzoek om een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te verlenen. Gezien de fundamentele aard van de zorgen, vindt de psychiater een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, zoals namens betrokkene is verzocht, ontoereikend voor het wegnemen dan wel het voorkomen van ernstig nadeel bij betrokkene. De psychiater benadrukt hierbij dat het niet op voorhand de bedoeling is om de medicatie de gehele duur van de zorgmachtiging voort te zetten. Pas wanneer de behandeling wat verder gevorderd is, kan de psychiater hier meer over zeggen.
4.3.
De advocaat voert primair aan dat een zorgmachtiging niet meer nodig is. De psychose was een gevolg van gebeurtenissen uit het verleden en die heeft betrokkene op zijn eigen manier verwerkt. Bovendien wil hij te zijner tijd weliswaar stoppen met het gebruik van medicatie, maar vindt hij het ook zelf daar nu nog te vroeg voor. Gelet hierop is primair afwijzing van het verzoek bepleit. Subsidiair is verzocht om een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. Betrokkene heeft behoefte aan perspectief met betrekking tot het afbouwen van de medicatie.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen. De psychische stoornis is door en namens betrokkene ook niet betwist.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Wanneer betrokkene onder invloed van bovengenoemde psychische stoornis een psychotische ontregeling doormaakt, wordt hij volledig onnavolgbaar in denken en doen en vertoont hij verward en overlast veroorzakend gedrag. Als gevolg hiervan is betrokkene zijn huisvesting, begeleiding en inkomen kwijtgeraakt, en in vervolg hierop delicten gaan plegen en in detentie terechtgekomen.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Gebleken is dat betrokkene en de behandelaren uiteenlopende visies hebben over wat betrokkene nodig heeft. Betrokkene is van mening dat hij zijn problemen zelf opgelost heeft en dat medicatie hem daarbij niet geholpen heeft. De behandelaren zijn daarentegen van mening dat de positieve ontwikkelingen het gevolg zijn van de medicatie die betrokkene gebruikt. Bovendien zijn deze ontwikkelingen nog pril en kwetsbaar. Op dit moment heeft de rechtbank er dan ook onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene zijn medicatie op vrijwillige basis zal blijven innemen. Gelet hierop is verplichte zorg nog steeds noodzakelijk.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
  • het toedienen van medicatie;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene voor de (verzochte) duur van twaalf maanden. De rechtbank ziet geen aanleiding om een zorgmachtiging voor een kortere duur te verlenen, zoals namens betrokkene is verzocht, omdat niet gebleken is van feiten en/of omstandigheden die de verwachting rechtvaardigen dat een zorgmachtiging voor een kortere duur toereikend zal zijn. Ook indien de medicatie het komende jaar zou worden afgebouwd is niet aannemelijk dat binnen een termijn van een jaar de zorgmachtiging niet meer nodig is. Immers, na afbouw van de medicatie zal nog geruime tijd gemonitord moeten worden of betrokkene zonder medicatie stabiel blijft.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 oktober 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025 door mr. Struijs, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 17 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.