De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1994, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis en andere psychotische en persoonlijkheidsstoornissen. Eerder was een zorgmachtiging verleend tot 22 oktober 2025. Betrokkene gaf aan het goed te maken en wilde zijn medicatie op termijn afbouwen, terwijl de psychiater stelde dat medicatie noodzakelijk is om een psychose te voorkomen.
Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater en een psycholoog gehoord. De psychiater benadrukte dat betrokkene zonder medicatie risico loopt op psychische ontregeling en maatschappelijke teloorgang. De advocaat voerde aan dat een zorgmachtiging niet langer nodig is, maar vroeg subsidiair om een kortere duur van zes maanden.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder maatschappelijke teloorgang en agressie. Er is geen passende vrijwillige zorg mogelijk vanwege uiteenlopende visies over medicatie. Verplichte zorg in de vorm van medicatietoediening en vrijheidsbeperkingen is noodzakelijk, evenredig en effectief. Minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De rechtbank verleende daarom de zorgmachtiging voor de gevraagde duur van twaalf maanden tot en met 3 oktober 2026, wijzend het meer of anders verzochte af. De beschikking is in het openbaar uitgesproken en schriftelijk vastgelegd op 17 oktober 2025.