Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het gebruik van een busbaan en rechts inhalen op de Parklaan te Etten-Leur op 16 juli 2023. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen waarvoor de boete is opgelegd, namelijk het gebruik van de busbaan en het rechts inhalen, twee afzonderlijke handelingen zijn waarvoor betrokkene telkens een keuze had. De boete is daarom terecht opgelegd. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van de zaak is overschreden, aangezien de boete op 16 juli 2023 is opgelegd en de uitspraak plaatsvond op 29 augustus 2025.
Gelet op deze termijnoverschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens werd betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend, die gerelateerd is aan de overschrijding van de redelijke termijn. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en betrokkene ontvangt een proceskostenvergoeding.