Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het inrijden tegen de verplichte rijrichting op een eenrichtingsweg in Roosendaal op 13 juli 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, onder meer vanwege de bevoegdheid van de verbalisant, de onvindbaarheid van het verkeersbesluit en de slechte zichtbaarheid van het bord C4.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en dat de verbalisant bevoegd was. Het ontbreken van het verkeersbesluit en de zichtbaarheid van het bord waren onvoldoende om de boete te vernietigen. De boete is terecht opgelegd aan de kentekenhouder omdat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling van het beroep met ongeveer drie weken was overschreden. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25%. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten in de fase van overschrijding van de redelijke termijn.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen en de proceskostenvergoeding te voldoen. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd.
Uitkomst: De boete wordt met 25% gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en een proceskostenvergoeding wordt toegekend.