ECLI:NL:RBZWB:2025:7820

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/02/440038 / FA RK 25-4855
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Struijs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychotische stoornis en LVB-problematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en psychotische stoornissen en mogelijk een licht verstandelijke beperking. Betrokkene verblijft op de High Intensive Care afdeling van een GGZ-accommodatie en wordt bijgestaan door een advocaat.

De psycholoog en casemanagers FACT gaven aan dat betrokkene ondanks medicatieverhoging weinig verbetering toont, met ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de omgeving als gevolg. Betrokkene ervaart angst en psychotische belevingen, en weigert structureel medicatie in te nemen. De advocaat gaf aan dat betrokkene het liefst naar huis wil, maar begrijpt dat dit geleidelijk kan en is bereid de behandeling voort te zetten.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene een ernstige psychische stoornis heeft die ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder verwaarlozing en gevaar voor zichzelf en anderen. Vrijwillige zorg is niet haalbaar, en verplichte zorg is noodzakelijk om de gezondheid en veiligheid te waarborgen. De zorgmachtiging wordt verleend voor zes maanden met maatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Minder ingrijpende alternatieven zijn niet beschikbaar.

De beschikking is mondeling gegeven op 3 oktober 2025 en schriftelijk vastgesteld op 17 oktober 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen voor betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440038 / FA RK 25-4855
Datum uitspraak: 3 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie 1] , [locatie] te [plaats 1] , op de afdeling High Intensive Care (HIC),
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevr. [persoon 1] , Gz-psycholoog;
  • dhr. [persoon 2] , casemanager FACT;
  • mevr. [persoon 3] , casemanager FACT.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 4 september 2025 is ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voorzetting van de crisismaatregel verleend tot 25 september 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
De psycholoog heeft het volgende aangegeven. In het begin van de opname was betrokkene erg angstig. Vanaf het moment dat de medicatie is opgehoogd, is er bij betrokkene sprake van meer rust, waardoor de hevige angst iets verminderd is. Tijdens de eerste week van de opname is betrokkene op de EBK geplaatst. Hij krijgt antipsychotica in de vorm van een depot en orale druppels. De hoop is dat betrokkene meer verbetering gaat laten zien. De psycholoog sluit zich aan bij het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden te verlenen.
4.2.
De casemanager maakt zich zorgen over het herstel van betrokkene. Hij ziet betrokkene niet verbeteren ondanks ophoging van de medicatie. Nadat de GGz op een andere locatie was gehuisvest en het netwerk van betrokkene was weggevallen, kregen zijn belevingen de overhand en raakte het ambulante contact steeds verder verloren. Betrokkene kwam niet meer structureel dagelijks zijn medicatie ophalen. In de thuissituatie kreeg betrokkene antipsychotica in de vorm van druppels en een tablet haldol. Ook werd getwijfeld over de inname van de medicatie. Uiteindelijk lukte het betrokkene niet meer om zijn woning te onderhouden en zichzelf te beschermen. Er kwamen meerdere klachten uit de buurt en betrokkene dreigde zijn woning te verliezen. Er wordt een curator voor betrokkene gezocht en er is een WLZ-indicatie aangevraagd. Momenteel wordt onderzocht of betrokkene bij [accommodatie 2] van GGZ [plaats 2] terecht kan. Dat betreft een behandelsetting gespecialiseerd in LVB-problematiek. De casemanagers sluiten zich aan bij het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden te verlenen.
4.3.
Betrokkene stelt dat het momenteel goed met hem gaat. Hij hoort terroristen in zijn hoofd en wil graag op de afdeling blijven omdat hij zich daar veilig voelt. Betrokkene geeft aan dat hij op de afdeling in de watten wordt gelegd.
4.4.
Namens betrokkene heeft de advocaat aangevoerd dat betrokkene het liefst naar huis zou willen, maar dat hij begrijpt dat dat alleen in kleine babystapjes kan. Betrokkene voelt zich goed op de afdeling en wordt hier als een koning behandeld. Hij is bereid voorlopig op de afdeling te blijven, zijn medicatie te nemen en daarna contact met FACT te onderhouden, maar begrijpt ook dat het niet verstandig is zijn behandeling zonder zorgmachtiging voort te zetten.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en psychotische stoornissen en/of neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Betrokkene stagneert op verschillende leefgebieden vanuit zijn psychotische stoornis en mogelijk verstandelijke beperking. Recent heeft betrokkene, onder invloed van zijn toestandsbeeld, de politie gebeld met de mededeling dat zijn buurman hem onder schot hield. Een arrestatieteam van de politie is hierdoor ter plaatse gekomen om de buurman te arresteren. Dit heeft ervoor gezorgd dat de draagkracht, draaglast en veiligheid van de directe woonomgeving fors afgenomen zijn. Ook is er sprake van zeer slechte zelfzorg, waardoor zijn gezondheid in gevaar komt, en is de woning van betrokkene ernstig vervuild.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene thans aangeeft vrijwillig mee te willen werken aan zijn behandeling, is gebleken dat betrokkene voorafgaand aan zijn opname zijn dagelijkse afspraak bij FACT voor het ophalen van zijn medicatie niet meer structureel nakwam. Ook werd getwijfeld of hij zijn medicatie steeds innam. Daar komt bij dat betrokkene momenteel op de afdeling wil blijven, mede omdat hij zich daar, vanuit zijn toestandsbeeld, veilig voelt. De rechtbank heeft er onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene, wanneer zijn psychose opklaart en zijn angsten verder afnemen, nog steeds bereid is de noodzakelijk geachte zorg te accepteren. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de advocaat heeft aangegeven dat de zorgmachtiging voor betrokkene dient als een stok achter de deur om de behandeling voort te zetten. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
De overige verzochte zorgvormen, te weten het toedienen van vocht en voeding en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, zullen worden afgewezen, omdat de noodzaak daarvan niet gebleken is.
5.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.10.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.11.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene voor de (verzochte) duur van zes maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025 door mr. Struijs, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 17 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.