Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- dhr. [persoon 1] , verpleegkundig specialist/regiebehandelaar.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene verblijft sinds mei 2025 in een zorgaccommodatie na het stichten van brand in haar woning en vertoont een psychotisch toestandsbeeld met vermoedelijke schizofreniespectrumstoornis. De officier van justitie verzoekt om voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg, waaronder insluiting, vanwege acuut dreigend ernstig nadeel.
Tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene ondanks medicatieacceptatie nog steeds paranoïde wanen heeft, agressie oproept bij medepatiënten en niet stabiel genoeg is om terug te keren naar haar woning. De advocaat betoogt dat betrokkene zich veilig voelt en pleit primair voor afwijzing, subsidiair voor opname van insluiting in de machtiging.
De rechtbank oordeelt dat er nog steeds een ernstig vermoeden bestaat van een psychotische stoornis met acuut ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De noodzakelijke verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en beperkingen in vrijheid. De machtiging wordt voor drie weken verleend, waarbij alleen insluiting als verplichte zorgvorm wordt toegewezen vanwege het verblijf in de IC-unit.
De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk gezien het psychiatrisch beeld en de ambivalentie van betrokkene, en wijst minder bezwarende alternatieven af. De beschikking is mondeling gegeven op 3 oktober 2025 en schriftelijk op 17 oktober 2025 vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg, inclusief insluiting, voor drie weken.