ECLI:NL:RBZWB:2025:7822

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/02/440284 / FA RK 25-5000
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Struijs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel en machtiging verplichte zorg bij psychotische stoornis

Betrokkene verblijft sinds mei 2025 in een zorgaccommodatie na het stichten van brand in haar woning en vertoont een psychotisch toestandsbeeld met vermoedelijke schizofreniespectrumstoornis. De officier van justitie verzoekt om voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg, waaronder insluiting, vanwege acuut dreigend ernstig nadeel.

Tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene ondanks medicatieacceptatie nog steeds paranoïde wanen heeft, agressie oproept bij medepatiënten en niet stabiel genoeg is om terug te keren naar haar woning. De advocaat betoogt dat betrokkene zich veilig voelt en pleit primair voor afwijzing, subsidiair voor opname van insluiting in de machtiging.

De rechtbank oordeelt dat er nog steeds een ernstig vermoeden bestaat van een psychotische stoornis met acuut ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en maatschappelijke teloorgang. De noodzakelijke verplichte zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en beperkingen in vrijheid. De machtiging wordt voor drie weken verleend, waarbij alleen insluiting als verplichte zorgvorm wordt toegewezen vanwege het verblijf in de IC-unit.

De rechtbank acht verplichte zorg noodzakelijk gezien het psychiatrisch beeld en de ambivalentie van betrokkene, en wijst minder bezwarende alternatieven af. De beschikking is mondeling gegeven op 3 oktober 2025 en schriftelijk op 17 oktober 2025 vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg, inclusief insluiting, voor drie weken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440284 / FA RK 25-5000
Datum uitspraak: 3 oktober 2025
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] , [locatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesdossier bevat het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • dhr. [persoon 1] , verpleegkundig specialist/regiebehandelaar.
1.3.
Tevens tijdens de mondelinge behandeling aanwezig, maar niet gehoord:
- mevr. [persoon 2] , agogisch medewerker.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in voormelde accommodatie. De burgemeester van Etten-Leur heeft de crisismaatregel op 29 september 2025 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt naar voren dat het gezien de omstandigheden goed met haar gaat. Ze heeft last van haar rug, omdat zij is geslagen door een andere bewoner. Ook wordt zij ’s nachts regelmatig wakker gehouden en lastiggevallen door medepatiënten. Betrokkene stelt dat zij is beroofd van haar persoonlijke eigendommen, zich niet veilig voelt op de afdeling en weg wil. Zij is meer gebaat bij een prikkelarme omgeving.
4.2.
Volgens de verpleegkundig specialist bestaat het vermoeden dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene is in mei 2025 in [plaats 1] komen wonen. Daarvoor woonde ze in [plaats 3] , waar ze werd begeleiddoor FACT. Betrokkene is aanvankelijk op vrijwillige basis opgenomen in de accommodatie, nadat zij twee weken eerder brand had gesticht in haar woning, maar is nu ambivalent ten opzichte van haar opname. Op de afdeling zoekt betrokkene ruzie met medepatiënten door hen te beschuldigen van zaken. Daarmee roept ze agressie over zich af. Daar komt bij dat betrokkene pas sinds 4 dagen medicatie accepteert. Voor haar opname had betrokkene ook medicatie, maar was zij ambivalent ten aanzien van de inname. Omdat betrokkene eerst goed moet worden ingesteld op medicatie, kan zij op dit moment nog niet terug naar haar woning. Betrokkene verblijft, vanwege een gebrek aan bedden op de reguliere gesloten afdeling, op dit moment in de IC-unit van de afdeling. Om die reden is verzocht insluiten als verplichte zorgvorm op te nemen in de machtiging. De verpleegkundige specialist sluit zich aan bij het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van de crisismaatregel.
4.3.
De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek, omdat betrokkene bereid is om op vrijwillige basis in de accommodatie te verblijven. Zij voelt zich veilig op de afdeling. Daarnaast ontbreekt het acuut (dreigend) ernstig nadeel. Sinds haar opname hebben zich immers geen incidenten voorgedaan. De advocaat verzoekt subsidiair om de verplichte zorgvorm ‘insluiten’ in de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel op te nemen. De advocaat vraagt zich af of insluiten onder deze omstandigheden proportioneel en noodzakelijk is.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.3.
De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. Onder invloed van psychotische belevingen heeft betrokkene brand gesticht in haar woning, met levensgevaar voor zichzelf en omwonenden. Daarnaast heeft betrokkene zowel voor haar opname als daarna vanuit haar paranoïde waansysteem medebewoners en -patiënten beschuldigd van onder meer mishandeling, gijzeling en verkrachting. Ook ter zitting heeft betrokkene er blijk van gegeven die overtuigingen nog steeds te hebben. Daarmee roept ze de agressie van de ander over zich af. Zolang betrokkene onvoldoende is gestabiliseerd, bestaat er naar het oordeel van de rechtbank dan ook nog steeds een acuut (dreigend) ernstig nadeel wanneer betrokkene per direct zou terugkeren naar haar eigen woonomgeving. Dat op de gesloten afdeling het ernstig nadeel zich niet openbaart, bevestigt te meer het nut en de noodzaak van de zorgmachtiging.
5.4.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er nog steeds een ernstig vermoeden bestaat dat betrokkene kampt met een psychotisch toestandsbeeld (vermoedelijk voortkomend uit schizofreniespectrumstoornis of andere psychotische stoornis), althans dat dit toestandsbeeld nog niet voldoende is afgevlakt, en dat er nog steeds sprake is van daaruit voortkomend acuut ernstig nadeel. De rechtbank volgt het primaire verweer van de advocaat dat er op dit moment onvoldoende sprake is van acuut (dreigend) ernstig nadeel dan ook niet.
5.5.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.6.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.6.1.
Anders dan (subsidiair) namens betrokkene is aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de mogelijkheid tot insluiting als verplichte vorm van zorg noodzakelijk is. De rechtbank overweegt daartoe dat betrokkene momenteel in de IC-unit verblijft en dat het verblijf in die unit, zo heeft de psychiater aangegeven, wordt gezien als een insluiting.
5.6.2.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het voortzetten van de overige in de crisismaatregel opgenomen vormen van verplichte zorg, afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het op dit moment onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
5.7.
De rechtbank heeft er, hoewel betrokkene op dit moment meewerkt met de noodzakelijk geachte zorg, gezien het huidige psychiatrisch toestandsbeeld van betrokkene onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene die zorg de komende periode zal blijven accepteren. De rechtbank betrekt hierbij dat betrokkene aanvankelijk op vrijwillige basis is opgenomen, maar dat uiteindelijk een inbewaringstelling noodzakelijk is geweest om te voorkomen dat betrokkene voortijdig de accommodatie zou verlaten. Daar komt bij dat ter zitting door de behandelaar is aangegeven dat betrokkene ambivalent is ten opzichte van de opname en toediening van medicatie. Tot slot heeft ook betrokkene ter zitting aangegeven weg te willen van de afdeling. Anders dan (primair) namens betrokkene is aangevoerd, is de rechtbank dan ook van oordeel dat verplichte zorg nog steeds noodzakelijk is.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 oktober 2025;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025 door mr. Struijs, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 17 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.