ECLI:NL:RBZWB:2025:7824

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/02/440055 / FA RK 25-4863
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verlenging verplichte psychiatrische zorg

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1961, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De eerdere zorgmachtiging liep tot 28 oktober 2025. Betrokkene betwist de diagnose en verzoekt om een second opinion, maar de rechtbank acht deze niet noodzakelijk.

Tijdens de zitting werd betrokkene bijgestaan door een advocaat, en gehoord werden ook een psychiater en een casemanager FACT. De psychiater verklaarde dat betrokkene gestabiliseerd is dankzij antipsychotica, maar zonder verplichte zorg de medicatie weigert, wat leidt tot psychische ontregeling. De mentor en casemanager onderschreven dit standpunt.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar stoornis, waaronder ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, en dat vrijwillige zorg niet mogelijk is. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten. De zorgmachtiging wordt daarom voor twaalf maanden verlengd tot 9 oktober 2026.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de zorgmachtiging voor betrokkene voor twaalf maanden tot 9 oktober 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440055 / FA RK 25-4863
Datum uitspraak: 9 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.
De rechtbank merkt als belanghebbende in deze procedure aan:
[de mentor], werkzaam bij [organisatie] te [plaats 2], als mentor van betrokkene, hierna te noemen: de mentor.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 september 2025.
1.2.
Op 9 oktober 2025 heeft de rechtbank het verzoek, met gesloten deuren, mondeling behandeld in de woning van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1], psychiater;
  • [naam 2], casemanager FACT.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 28 oktober 2024 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 28 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat zij zich voorafgaand aan de behandeling bij GGz Breburg gelukkiger voelde. Zij stelt dat in het verleden sprake is geweest van een onjuiste diagnose en dat zij mentale bijwerkingen van de medicatie ervaart. Betrokkene benadrukt geen alcohol te gebruiken, maar wel te roken, en dat zij momenteel onder behandeling is bij een particuliere psycholoog in [plaats 2]. Betrokkene geeft aan dat zij ernstig wordt belast door de gebeurtenissen van de afgelopen jaren.
4.2.
De psychiater zegt dat het op dit moment goed gaat met betrokkene. Betrokkene is gestabiliseerd dankzij het gebruik van een antipsychoticum. Om deze stabiliteit te behouden, blijft het gebruik van een antipsychoticum dan ook noodzakelijk. Betrokkene ontvangt momenteel eens per drie maanden depotmedicatie.
De psychiater licht toe dat betrokkene zonder verplichte zorg in het kader van een zorgmachtiging de depotmedicatie weigert, wat leidt tot toenemende angstklachten en ontregeling. Uit ervaring blijkt dat het voortzetten van de medicatie in het kader van een zorgmachtiging essentieel is om een psychische ontregeling te voorkomen en de huidige stabiele situatie te kunnen handhaven. Hoewel betrokkene zich op dit moment goed presenteert, is het risico op een psychische decompensatie zonder behandeling aanzienlijk.
4.3.
De mentor van betrokkene heeft schriftelijk verklaard dat zij akkoord gaat met het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging. Met de depotmedicatie die betrokkene eens per drie maanden ontvangt gaat het goed. Dit merkt de mentor en ook de bewindvoerder in het contact met haar. Daarnaast worden er door buren, gemeente en politie geen overlast meldingen meer gedaan.
4.4.
De casemanager beaamt wat er in de stukken over betrokkene geschreven is en sluit zich aan bij het standpunt van de psychiater.
4.5.
De advocaat van betrokkene zegt dat betrokkene het niet eens is met de diagnose schizofrenie. Zij wil dat er een second opinion komt. Gelet hierop vraagt de advocaat om afwijzing van het verzoek.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gelet op de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene betwist al jarenlang dat zij lijdt aan een psychische stoornis. De diagnose schizofrenie is echter al lang geleden gesteld en in het kader van de verplichte zorg meermaals bevestigd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te twijfelen aan het medische oordeel van de onafhankelijke psychiater die betrokkene met het oog op het opstellen van de medische verklaring in deze zaak feitelijk heeft onderzocht en de betrokken behandelaren. Voor een second opinion ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene onder invloed van haar psychotische stoornis agressief kan zijn naar hulpverleners, familie en buren en dat zij bij ontregeling overlast veroorzaakt. Ondanks dat er in het afgelopen jaar geen sprake is geweest van overlastmeldingen, blijft betrokkene wantrouwend richting de GGZ-hulpverlening.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene wil immers geen medicatie gebruiken, terwijl dit noodzakelijk is voor het wegnemen dan wel het voorkomen van ernstig nadeel. Wanneer betrokkene stopt met het gebruiken van medicatie, zal zij naar verwachting psychisch decompenseren. In dat geval verzet zij zich ook tegen de behandelcontacten met het FACT team en de medicatie. Om die redenen is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Hieronder valt onder meer het verplicht toelaten van de (behandel)contacten met het FACT-team.
Hoewel de officier van justitie de verplichte zorgvorm ‘het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten (..)’ niet heeft opgenomen in het verzoek, acht de rechtbank deze vorm van verplichte zorg wel noodzakelijk. De vorm van verplichte zorg “het beperken van de bewegingsvrijheid” zal worden afgewezen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande wordt naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal daarom verleend worden voor de verzochte duur van twaalf maanden, in dit geval tot en met 9 oktober 2026.
6.
De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 oktober 2026.
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven op 9 oktober 2025 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 23 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.