ECLI:NL:RBZWB:2025:7825

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/02/440074 / FA RK 25-4873
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie met gedragsproblematiek

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 9 oktober 2025 een beschikking gegeven inzake een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlenging van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1949, die lijdt aan dementie met gedragsproblematiek.

Tijdens een zitting met gesloten deuren zijn betrokkene, zijn advocaat en het behandelteam gehoord. Betrokkene verzet zich tegen de opname en wil graag meer vrijheid, bij voorkeur in een bosrijke omgeving. Het behandelteam licht toe dat betrokkene momenteel op een passende afdeling verblijft en dat het naar buiten gaan leidt tot ernstige ontregeling en medicatiegebruik. De cognitieve achteruitgang en gedragsproblemen maken opname noodzakelijk.

De rechtbank oordeelt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor veiligheid. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. De machtiging wordt daarom voor de duur van twee jaren verleend, tot en met 9 oktober 2027.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor twee jaren wegens dementie met gedragsproblematiek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440074 / FA RK 25-4873
Datum uitspraak: 9 oktober 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
nu verblijvende in de [accommodatie], [adres] te [plaats 2],
advocaat: mr. A.Ch. Osté uit Dongen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2025 op de afdeling van de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam 1], medisch regiebehandelaar;
  • [naam 2], verpleegkundig specialist in opleiding;
  • [naam 3], verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 28 mei 2025 is ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging verleend tot en met 28 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twee jaren.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt naar voren dat hij zijn opname overbodig vindt en niet in de instelling wil blijven. Hij heeft de behoefte aan veel vrijheid en wil graag naar buiten. Het liefste wil betrokkene in een bosrijk gebied verblijven ergens in de provincie.
4.2.
De verpleegkundige zegt dat betrokkene momenteel op een passende afdeling verblijft. Hij geeft aan graag naar buiten te willen, maar dit leidt bij hem steeds tot een sterke ontregeling. Wanneer betrokkene niet naar buiten mag, reageert hij met boosheid, waarna het regelmatig nodig is om hem met medicatie te kalmeren. Tijdens de vorige zitting gaf betrokkene aan naar zijn vrouw te willen, maar nu vertoont hij buiten angstig gedrag en ervaart hij het gevoel te worden achtervolgd door de begeleiding. Sinds betrokkene niet meer naar buiten gaat, is hij rustiger. Ook weet betrokkene nu de weg binnen de afdeling niet meer te vinden en gaat dus niet meer bij de lift staan om naar buiten te gaan.
De medisch regiebehandelaar zegt dat betrokkene in het verleden regelmatig naar buiten is gegaan, maar dit bleek op enig moment onveilig voor betrokkene en zijn omgeving. Daarnaast leidde dit tot overbelasting van het zorgteam. Om die reden mag betrokkene nu niet meer naar buiten, hetgeen bovendien bij betrokkene sterke ontregeling veroorzaakte. Samen met de psychiater wordt onderzocht wat de juiste medicatiedosering is om verdere stabiliteit te bereiken. Het behandelteam blijft actief zoeken naar de best passende zorg. Omdat de verwachting is dat de cognitieve functies van betrokkene verder zullen verslechteren, wordt verzocht om een rechterlijke machtiging voor de duur van twee jaren.
4.3.
De advocaat heeft het volgende aangevoerd. Betrokkene wil graag naar huis. Gelet hierop wordt verzocht om het verzoek af te wijzen. De advocaat erkent wel dat betrokkene hier op zijn plek zit en zegt dat, bij toewijzing van het verzoek, de voorgestelde termijn van twee jaren, gelet op het perspectief van betrokkene, als passend wordt beschouwd.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twee jaren. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gelet op de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een dementie, waarschijnlijk type Alzheimer met gedragsproblematiek in de vorm van agitatie en agressie. De diagnose dementie is al in oktober 2023 gesteld door een klinisch geriater.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene ten gevolge van zijn aandoening niet meer in staat is om zelfstandig te functioneren. Betrokkene kampt namelijk met geheugen- en oriëntatieproblemen, gebrek aan overzicht, wanen en achterdocht. Bij betrokkene is er sprake van sterke loopdrang. Hij ziet zelf geen gevaren en onveiligheid. Betrokkene is niet in staat om op een veilige manier aan het verkeer deel te nemen en heeft al een aantal keer op straat gestaan. Vanwege zijn beperkte cognitieve vermogens is betrokkene niet meer in staat om voldoende structuur aan te brengen in de dag. Daarnaast was de partner van betrokkene in de thuissituatie overbelast. De partner van betrokkene kan de zorg voor hem niet meer dragen.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hij geeft consequent aan dat hij tegen de huidige opname is. Betrokkene geeft in woord en daad aan niet op de afdeling te willen zijn. Tijdens de mondelinge behandeling is dat ook gebleken. Betrokkene gaf meerdere keren aan de opname overbodig te vinden.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een voortzetting van de opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurs zorg en begeleiding nodig heeft in een veilige woonomgeving. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene niet kan terugkeren naar huis. In de thuissituatie is geprobeerd om meer hulp in te zetten, zoals casemanagement, een psycholoog en rustgevende medicatie, maar betrokkene heeft intensievere zorg nodig die alleen binnen een accommodatie geboden kan worden.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van twee jaren.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats];
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 oktober 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven op 9 oktober 2025 door mr Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 23 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.