ECLI:NL:RBZWB:2025:7826

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/02/440189 / FA RK 25-4937
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verslavingsstoornis en neurobiologische ontwikkelingsstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 9 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen aan betrokkene, geboren in 2002, die lijdt aan een ernstige alcoholverslaving met psychotische ontregelingen en een autismespectrumstoornis. Betrokkene heeft meerdere terugvallen in alcoholgebruik, waarbij sprake is van hallucinaties en psychotische symptomen, en vertoont risicovol gedrag zoals winkeldiefstal.

Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden in de woning van betrokkene, werden betrokkene zelf, zijn regiebehandelaar, ambulant behandelaar en zijn vader gehoord. De regiebehandelaar gaf aan dat vrijwillige zorg niet effectief is vanwege terugkerende weigering van opname bij terugval. De vader van betrokkene gaf aan dat de situatie emotioneel zwaar en onveilig is geworden.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder levensgevaar, lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Gezien de ernst van de situatie en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, verleende de rechtbank de zorgmachtiging voor zes maanden. De verplichte zorg omvat medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, beperkingen in de vrijheid en opname in een accommodatie. Andere vormen van verplichte zorg werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.

De beschikking is mondeling gegeven op 9 oktober 2025 en schriftelijk vastgelegd op 23 oktober 2025. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorgmaatregelen aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440189 / FA RK 25-4937
Datum uitspraak: 9 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. H.M.Th. de Pont uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 september 2025.
1.2.
Op 9 oktober 2025 heeft de rechtbank het verzoek, met gesloten deuren, mondeling behandeld. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden in de woning van betrokkene. Bij de behandeling zijn verschenen en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon 1] , regiebehandelaar;
  • [persoon 2] , ambulant behandelaar;
  • [persoon 3] , vader van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 2 september 2025 is een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene afgewezen, vanwege het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat hij al twee nachten niet heeft geslapen. Hij erkent dat hij tegen een heropname opziet, maar hij ziet in dat dit noodzakelijk is. Het lukt hem steeds eerst wel om niet teveel alcohol te drinken, maar na verloop van tijd gaat het weer fout en heeft hij een terugval. Tijdens een eerdere opname van tien weken is hij weer fulltime gaan werken, waarna bij terugkomst thuis hij weer terugviel. Op dit moment is hij gestopt met alcoholgebruik. Vanwege een winkeldiefstal is hij onlangs gedetineerd geweest. Bij overmatig alcoholgebruik hoort betrokkene stemmen. Tot slot geeft hij aan moeite te hebben met een opname in [plaats 2] .
4.2.
De regiebehandelaar geeft aan dat het soms enige tijd goed met betrokkene gaat, maar dat hij op een gegeven moment terugvalt in alcoholgebruik met een zeer zorgwekkend hoog alcoholpromillage. In dergelijke periodes weigert betrokkene mee te werken aan een opname, terwijl tijdens eerdere klinische opnames juist heel positieve resultaten zijn bereikt. De regiebehandelaar geeft aan dat er momenteel onvoldoende zicht is op de onderliggende problematiek en dat zij dit graag nader wil onderzoeken binnen het kader van een zorgmachtiging. Indien betrokken gedurende langere tijd stabiel blijft, moet er onderzocht worden welke factoren een terugval veroorzaken. Wanneer betrokkene alcohol gebruikt, ervaart hij regelmatig visuele of auditieve hallucinaties die hij in verband brengt met God. Dit komt volgens de regiebehandelaar regelmatig voor. Er zijn dus symptomen van psychotische belevingen, waardoor niet enkel sprake is van een alcoholverslaving.
Door de crisisopnames in het verleden is er veel ruis gekomen in de behandeling. Eerder zijn er onderzoeken verricht naar een autismespectrumstoornis, waarbij deze diagnose is gesteld. Tot slot wordt er door de regiebehandelaar aangegeven dat men een onderzoek naar de cognitieve vermogens van betrokkene wil uitvoeren, om te beoordelen of er sprake is van een licht verstandelijke beperking.
4.3.
De vader van betrokkene geeft aan dat de zorg voor zijn zoon voor hem te zwaar wordt. Wanneer betrokkene alcohol heeft gebruikt, ervaart hij wanen en zoekt hij nabijheid bij zijn vader. Het gaat doorgaans een periode goed, waarna betrokkene opnieuw terugvalt. Betrokkene heeft hem tijdens de laatste terugval bedreigd, waardoor hij zich niet langer veilig voelt. Hij geeft aan dat de situatie voor hem dubbel en emotioneel moeilijk is.
4.4.
De ambulante behandelaar beaamt wat er in de stukken over betrokkene geschreven is en wat de regiebehandelaar naar voren heeft gebracht.
4.5.
De advocaat voert aan dat hij van betrokkene heeft begrepen dat hij achter het verlenen van een zorgmachtiging kan staan met daarin opgenomen de tijdens de zitting besproken verplichte zorgvormen. Namens betrokkene stemt de advocaat in met toewijzing van het verzoek om een zorgmachtiging te verlenen voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken, dat betrokkene lijdt aan een verslavingsstoornis en een neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Betrokkene is gediagnostiseerd met een ernstige stoornis in alcoholgebruik met psychotische ontregelingen en een autismespectrumstoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat bij betrokkene sprake is van psychotische kwetsbaarheid in combinatie met excessief alcoholgebruik waarbij het ernstig nadeel verergert als hij overmatig alcohol blijft gebruiken. Daardoor zijn er momenten waarbij sprake is van angst, achterdocht, desorganisatie en agressie naar derden. Betrokkene heeft recent zijn eerste winkeldiefstal gepleegd om naar eigen zeggen te kunnen voorzien in zijn verslaving. Dit duidt op een begin van maatschappelijke teloorgang en (mogelijk) afglijden naar crimineel gedrag om zijn middelengebruik te kunnen bekostigen. Betrokkene is in het afgelopen jaar een aantal keer opgenomen geweest vanwege zeer ernstig alcoholgebruik waarbij hij zelf niet in staat is om op eigen initiatief te stoppen met gebruiken. De alcoholpromillages zijn dusdanig hoog (soms zelfs boven een alcoholpromillage van 4.0) dat het gebruik kan leiden tot een coma of zelfs overlijden. In verband hiermee is betrokkene al tweemaal opgenomen in een ziekenhuis (in april 2024 en mei 2025). Ook is er al tweemaal een crisismaatregel afgegeven.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene erkent dat hij op dit moment vrijwillig wil meewerken, vindt ook hij een zorgmachtiging van belang. Gebleken is namelijk dat betrokkene zich verzet tegen opname wanneer hij terugvalt in middelengebruik. Dit heeft echter als gevolg dat hij dit zelf in een ambulante setting niet meer kan stoppen. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene voor de verzochte duur van zes maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in overweging 5.7 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven op 9 oktober 2025 door mr Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 23 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.