Uitspraak
2.De feiten
- het verzoek van de vrouw om de echtelijke woning te verkopen en de opbrengst van de verkoop van de woning bij helfte tussen partijen te verdelen, af te wijzen,
- het verzoek van de vrouw de door haar genoemde inboedelgoederen (schilderij van haar vader, een Japans schilderij, zilveren messen van haar tante en haar persoonlijke eigendommen) aan de vrouw worden toebedeeld, toe te wijzen,
- het verzoek van de vrouw om de gezamenlijke rekening op te heffen en dat ieder der partijen de bankrekening op eigen naam toebedeeld krijgt, met daarbij 50/50 verdeling van de saldi op de diverse bankrekeningen toewijzen,
- het verzoek van de vrouw om de auto aan de man toe te bedelen, met een vergoedingsplicht van de man jegens de vrouw van € 1.500,= toe te wijzen;
- primair: te bepalen dat de echtelijke woning aan de man wordt toebedeeld, waarbij de man de vrouw uitkoopt voor de helft van de overwaarde en daarbij de vrouw wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld,
- subsidiair: indien de overname van de woning door de man niet mogelijk is, de echtelijke woning te verkopen en de opbrengst van de verkoop van de woning bij helfte tussen partijen te verdelen.
4.De beoordeling
5.De beslissing
- partijen dienen [makelaar] te [plaats] binnen vier weken na de datum van deze beschikking tot echtscheiding een opdracht tot verkoop te geven;
- indien partijen niet binnen die vier weken gezamenlijk een opdracht hebben gegeven tot de verkoop, dan is ieder van hen afzonderlijk bevoegd tot het verstrekken aan een opdracht aan [makelaar] te [plaats] tot verkoop van de woning;
- indien partijen er niet binnen twee weken na de opdrachtverstrekking in slagen gezamenlijk de vraagprijs te bepalen, dan zal genoemde makelaar de woning te koop aanbieden tegen een door hem te bepalen, voor partijen bindende, marktconforme vraagprijs;
- indien partijen er niet in slagen overeenstemming te bereiken over de verkoopprijs, dan zal voormelde makelaar de verkoopprijs bindend voor partijen vaststellen;
- partijen zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan een eventueel benodigd notarieel transport van het onroerend goed aan de koper;
- iedere partij is gehouden de helft van de kosten van voormelde makelaar, de notaris en de overige kosten ter zake van de verkoop en levering te dragen;
- indien het onroerend goed wordt verkocht, dient de hypothecaire geldlening bij [bedrijf] , bestaande uit een leningdeel aflossingsvrije hypotheek met [nummer 2] en een leningdeel annuïteitenhypotheek met [nummer 3] , te worden afgelost, waarna na het voldoen van de verkoopkosten (waaronder de makelaarskosten, taxatiekosten en eventuele notariële kosten) het restant van de verkoopopbrengst bij helfte tussen partijen wordt verdeeld;
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.