Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de aanvullende producties van [eiser] ,
- de aanvullende producties van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 23 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser, bestuurder en enig aandeelhouder van een vennootschap, vordert in kort geding de schorsing van het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) tot zijn ontslag als bestuurder van een andere vennootschap. Hij stelt dat het ontslagbesluit in strijd is met de statuten en de redelijkheid en billijkheid, en dat een zwaarwegend belang ontbreekt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser ontvankelijk is omdat het besluit aan de gedaagde vennootschap is toe te rekenen. De forum- en mediationbedingen in de managementovereenkomst zijn niet van toepassing op deze procedure, omdat het ontslagbesluit eiser persoonlijk raakt.
De voorzieningenrechter stelt echter vast dat eiser onvoldoende spoedeisend belang heeft bij de vordering. Het belang dat eiser aanvoert betreft vooral het belang van de vennootschap en niet zijn eigen dringende belang. Daarom wordt de vordering afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde. Het vonnis is gewezen door rechter Luijks en op 6 november 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van het ontslag van de bestuurder wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.