Uitspraak
1.Het procesverloop
- de in deze zaak op 5 juni 2025 gegeven beschikking van de rechtbank tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige] en alle daarin vermelde stukken;
- het op 22 juli 2025 ontvangen verslag van de bijzondere curator.
- het F9-formulier van mr. Tiggelaar van 4 september 2025;
- het F9-formulier van mr. Karami van 5 september 2025.
2.De feiten
3.De verzoeken en de beoordeling
- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;
- het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.
- de (gezagdragende) ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van het kind; (lichte systeemgerichte interventie);
- het kind en de (gezagdragende) ouders hebben onbelast contact met elkaar;
- er is inzicht in de mogelijkheden/belemmeringen van beide ouders en de hulp die nodig is om een stabiele opvoedsituatie voor het kind te realiseren (binnen de scheidingssituatie);
4.De beslissing
voorlopigrecht hebben op hebben op omgang met elkaar éénmaal per twee weken van vrijdag 17:00/18:00 uur tot en met zondagmiddag 17:00 uur, en ook tijdens een deel van de schoolvakanties, in onderling overleg door partijen en in samenspraak met de hulpverlening te regelen, waarbij geldt wat hiervoor onder punt 3.25 is overwogen;
30 juni 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;