ECLI:NL:RBZWB:2025:7848

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/02/425054 / FA RK 24-3490
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:227 lid 1 BWArt. 1:228 BWArt. 1:5 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing stiefouderadoptie en geslachtsnaamwijziging van minderjarigen

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 1 oktober 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de stiefouderadoptie van twee minderjarige kinderen. De verzoekers, de moeder en de stiefvader, vroegen om adoptie van de minderjarigen, waarbij de juridische vader als belanghebbende werd betrokken. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een positief advies uit, waarin werd gesteld dat de adoptie in het kennelijk belang van de kinderen is, mede omdat zij de afgelopen vijf jaar zijn opgevoed door de moeder en stiefvader en weinig contact hebben met hun juridische vader.

De rechtbank stelde vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor stiefouderadoptie was voldaan en dat de adoptie de feitelijke en gevoelsmatige situatie van de kinderen formeel recht doet. Hoewel niet volledig kon worden uitgesloten dat de kinderen in de toekomst contact wensen met hun biologische vader, stond de juridische vader achter het verzoek en voerde geen verweer. Tevens werd de wens van de ouders gehonoreerd om de geslachtsnaam van de stiefvader aan de kinderen toe te kennen.

De rechtbank besloot de adoptie uit te spreken en de geslachtsnaamwijziging vast te stellen, waarbij de griffier werd opgedragen de beschikking aan de burgerlijke stand te melden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en de mogelijkheid tot hoger beroep werd vermeld.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot stiefouderadoptie toe en bepaalt dat de kinderen de geslachtsnaam van de stiefvader zullen dragen.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/425054 / FA RK 24-3490
datum uitspraak: 1 oktober 2025
nadere beschikking betreffende stiefouderadoptie
in de zaak van
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.A. van Hecke te Rotterdam,
en
[de stiefvader],
hierna te noemen: de stiefvader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.A. van Hecke te Rotterdam,
over de minderjarigen:
[minderjarige 1],geboren op [geboortedag 1] 2011 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 1],
[minderjarige 2],geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats 1], hierna: [minderjarige 2].
De rechtbank merkt als belanghebbende aan:
[de juridische vader],
hierna te noemen: de juridische vader,
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. D. Klein te IJmuiden.
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, locatie Rotterdam,
hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd.

1.Het verdere procesverloop

1.1
In het dossier zitten de volgende stukken:
  • de beschikking van deze rechtbank van 18 december 2024;
  • het advies van de Raad van 17 juni 2025;
  • het F9-formulier van mr. Van Hecke van 20 juni 2025;
  • het F9-formulier van mr. Klein van 13 augustus 2025.

2.De verdere beoordeling

2.1
Op dit punt in de procedure moet de rechtbank nog een beslissing nemen op het verzoek van de stiefvader en de moeder om de adoptie uit te spreken van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.2
Bij beschikking van deze rechtbank van 18 december 2024 is de Raad verzocht om onderzoek te doen naar de volgende vragen:
- Is de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarigen?
- Staat vast en is voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien dat de minderjarigen niets meer van hun juridische vader te verwachten hebben in de hoedanigheid van ouder?
2.3
De rechtbank heeft de beslissing op het verzoek van de stiefvader en de moeder aangehouden in afwachting van het rapport van de Raad.
2.4
In het advies van 17 juni 2025 adviseert de Raad het verzoek van de stiefvader en de moeder toe te wijzen. De Raad licht toe dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] de afgelopen 5 jaar zijn opgevoed en verzorgd door hun moeder en stiefvader en dat gesteld kan worden dat er weinig sprake is geweest van gezinsverband waarin de moeder, de juridische vader, [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben samengewoond. [minderjarige 2] heeft al sinds zeer jonge leeftijd geen contact meer met haar vader, waardoor er ook weinig herinneringen aan haar vader zijn. [minderjarige 1] was wat ouder toen hij zijn vader heeft gezien, maar ook hij heeft beperkte herinneringen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kennen hun afstamming. Ze weten wie hun vader is, maar geven ook aan weinig actieve herinneringen aan hem te hebben. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geven aan dat zij hun stiefvader als opvoeder en verzorger zien en hem ook papa noemen. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] weten van hun achtergrond en voorgeschiedenis. De Raad kan niet volledig stellen dat [minderjarige 2] en [minderjarige 1] niets meer van hun vader te verwachten hebben in de hoedanigheid van juridisch ouder. De vader geeft immers aan open te staan voor contact. Zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] zijn echter stellig in het feit dat zij momenteel geen behoefte hebben aan contact met hun vader. De juridische vader geeft op zijn beurt aan dat hij achter de adoptie en de naamswijziging staat en blij is dat de stiefvader de rol als opvoeder en verzorger op zich heeft genomen. Het eventueel plaatsvinden van contact staat volgens de Raad los van een juridische rol van de juridische vader. De Raad acht adoptie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] door de stiefvader in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
2.5
In het F9-formulier van 20 juni 2025 bericht mr. Van Hecke de rechtbank dat de stiefvader en de moeder niets meer aan het advies van de Raad hebben toe te voegen en het daarmee eens zijn. Zij verzoeken de rechtbank om een beslissing te nemen.
2.6
Uit het F9-formulier van mr. Klein van 13 augustus 2025 blijkt dat de juridische vader instemt met een verdere schriftelijke afdoening van de procedure.
Stiefouderadoptie
2.7
De rechtbank oordeelt als volgt. In de beschikking van 18 december 2024 heeft de rechtbank al uiteen gezet en geconstateerd dat is voldaan aan de voorwaarden voor stiefouderadoptie zoals genoemd in de artikelen 1:227 lid 1 BW en 1:228 BW. De rechtbank had echter onvoldoende informatie om te beoordelen of het adoptieverzoek in het kennelijk belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is. Daarop heeft de rechtbank de Raad verzocht onderzoek te doen en advies uit te brengen.
2.8
Op grond van het advies van de Raad is de rechtbank van oordeel dat het adoptieverzoek in het kennelijk belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn de afgelopen 5 jaar opgevoed door de moeder en de stiefvader en de juridische vader heeft geen rol gespeeld in hun leven. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weten dat de stiefvader niet hun echte vader is, maar ervaren dat wel zo. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een hechte band met hun stiefvader en willen graag dat hij formeel hun vader wordt. Alhoewel niet is komen vast te staan dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de toekomst niets meer van hun juridische vader te verwachten hebben in de hoedanigheid van ouder, heeft de juridische vader aangegeven achter het verzoek van de stiefvader en de moeder te staan en hij voert hiertegen geen verweer. Voor de juridische vader is vooral belangrijk wat de kinderen zelf willen en dat zij gelukkig zijn. Daarbij heeft hij benadrukt dat de kinderen altijd welkom zijn bij hem en zijn familie. Gezien het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat de stiefouderadoptie in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is, waardoor hun feitelijke en gevoelsmatige situatie in overeenstemming komt met de formele situatie. Indien de kinderen op een later moment eventueel wel contact willen met hun biologische vader, staat de gewenste adoptie hieraan niet in de weg. Alles overwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat aan alle voorwaarden voor de stiefouderadoptie wordt voldaan, waardoor het verzoek zal worden toegewezen.
Geslachtsnaamwijziging
2.9
Indien een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking tot de echtgenoot van een ouder komt te staan, houdt het op grond van artikel 1:5, derde lid, BW zijn geslachtsnaam, tenzij de ouder en diens echtgenoot gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam zal hebben van de echtgenoot. Van deze verklaring wordt melding gemaakt in de akte van erkenning of in de rechterlijke uitspraak inzake adoptie of gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
2.1
De rechtbank stelt vast dat de stiefvader en de moeder tijdens de mondelinge behandeling op 19 november 2024 hebben aangegeven dat zij wensen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] na de adoptie door de stiefvader de geslachtsnaam van de stiefvader zullen dragen. Bij de brief van mr. Van Hecke van 21 november 2024 is een schriftelijke verklaring gevoegd waaruit blijkt dat de stiefvader en de moeder gezamenlijk verklaren te wensen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] na de adoptie de geslachtsnaam ‘[geslachtsnaam van de stiefvader]’ zullen dragen. Uit voornoemde brief blijkt eveneens dat de verklaring omtrent de geslachtsnaamwijziging geen wijziging brengt in het standpunt van de juridische vader dat het adoptieverzoek kan worden toegewezen.
2.11
Gelet op de schriftelijke verklaring van de stiefvader en de moeder zal de rechtbank in de beslissing verstaan dat de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voortaan [geslachtsnaam van de stiefvader] zal zijn.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
spreekt uit de adoptie van [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2011 te [geboorteplaats 1], en van [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2014 te [geboorteplaats 1], door [de stiefvader], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 3] 1977;
3.2
verstaat dat de geslachtsnaam van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voortaan zal luiden ‘[geslachtsnaam van de stiefvader]’;
3.3
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amersfoort om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025 in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.