ECLI:NL:RBZWB:2025:7851

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/02/437768 / FA RK 25-3673
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 822 lid 1 RvArt. 824 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over uitsluitend gebruik echtelijke woning na mediation in echtscheidingsprocedure

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een rekestprocedure over voorlopige voorzieningen in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw. Partijen verzochten elk het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. Tijdens de mondelinge behandeling op 11 september 2025 werd besloten partijen te verwijzen naar een piketmediator om afspraken te maken over het gebruik van de woning.

Partijen bereikten onder leiding van de mediator een vaststellingsovereenkomst op 15 september 2025, waarin afspraken zijn gemaakt over het gezamenlijk verblijven in de woning totdat de vrouw een andere woonruimte heeft betrokken. Tevens is overeengekomen dat de man het uitsluitend gebruik van de woning krijgt vanaf het moment dat de vrouw de woning verlaat.

De rechtbank nam deze afspraken over in haar beschikking en wees het verzoek van de man toe om het uitsluitend gebruik van de woning te verkrijgen vanaf het moment dat de vrouw vertrekt. Het zelfstandig verzoek van de vrouw tot uitsluitend gebruik werd afgewezen. Tegen deze beschikking staat geen gewoon rechtsmiddel open, alleen cassatie in het belang der wet is mogelijk.

Uitkomst: De man krijgt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegewezen vanaf het moment dat de vrouw een andere woonruimte betrekt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/437768 / FA RK 25-3673
datum uitspraak: 21 oktober 2025
beschikking betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. D.R.M. de Vos te Bergen op Zoom,
en
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 14 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 3 september 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek, met bijlagen.
1.2. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 11 september 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Ook was aanwezig piketmediator mevrouw [naam], in het kader van de pilot ‘mediation in voorlopige voorzieningen’.
1.3. Na de mondelinge behandeling zijn, met instemming van de rechtbank, de volgende stukken ontvangen:
- het e-mailbericht van het mediationbureau van 18 september 2025;
- het F9-formulier van mr. De Vos van 9 oktober 2025;
- het F9-formulier van mr. Bronsveld van 10 oktober 2025.

2.De verzoeken

2.1.
De man verzoekt, samengevat,
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door hem;
2.2.
De vrouw verzoekt, samengevat,
- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning door haar.
2.3.
De vrouw heeft verzocht het zelfstandig verzoek van de man af te wijzen.
2.4.
Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang voor de beoordeling van de verzoeken, hierna ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
Partijen zijn tijdens de mondelinge behandeling overeengekomen dat zij met behulp van de piketmediator gaan proberen om afspraken te maken over het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank heeft partijen vervolgens verwezen voor mediaton en de beslissing op de verzoeken omtrent het gebruik van de echtelijke woning aangehouden in afwachting van bericht van de mediator en van de advocaten van partijen over het resultaat van de bemiddeling en de wijze waarop de zaak verder moet worden afgedaan.
3.2.
Uit de inhoud van de hiervoor onder 1.3 genoemde berichten van de advocaten van partijen blijkt dat partijen onder leiding van de mediator voor de duur van de echtscheidingsprocedure afspraken hebben kunnen maken. Deze afspraken zijn vastgelegd in een op 15 september 2025 door partijen gesloten vaststellingsovereenkomst. Naar de rechtbank begrijpt verzoeken partijen de rechtbank de door hen gemaakte afspraken in een eindbeschikking vast te leggen door te bepalen dat de onderlinge regelingen uit de vaststellingsovereenkomst deel uitmaken van de beschikking.
3.3.
De rechtbank stelt vast dat partijen in de vaststellingsovereenkomst voor de duur van de echtscheidingsprocedure afspraken hebben gemaakt over het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.
3.4.
Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank bepalen dat de afspraken zoals vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst van 15 september 2025 onderdeel uitmaken van deze beschikking, voor zover deze afspraken de voorzieningen betreffen die op grond van artikel 822 lid 1 Rv Pro voor de duur van de echtscheidingsprocedure kunnen worden gevraagd. Het gaat dan om de afspraken ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.
3.5.
Ten aanzien van de verzoeken van partijen omtrent het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning oordeelt de rechtbank als volgt. Zo de rechtbank begrijpt uit de inhoud van de vaststellingsovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat ze, totdat de vrouw andere woonruimte kan betrekken, gezamenlijk in de woning zullen verblijven. Ook hebben partijen afspraken gemaakt over de invulling hun gezamenlijke bewoning van de woning zolang de vrouw nog geen andere woonruimte heeft. De rechtbank maakt uit de vaststellingsovereenkomst op dat partijen zijn overeengekomen dat de man het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toebedeeld krijgt vanaf het moment dat de vrouw een eigen woning heeft betrokken. De rechtbank zal het verzoek van de man omtrent het uitsluitend gebruik dan ook toewijzen en het zelfstandig verzoek van de vrouw daartoe afwijzen.
3.6.
Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open. Ingevolge artikel 824 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan alleen cassatie in het belang der wet worden ingesteld. Hoger beroep is dus niet mogelijk. Dit betekent dat deze beslissing directe werking heeft.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
bepaalt dat de tussen partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals opgenomen in de aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst van 15 september 2025 onderdeel uitmaken van deze beschikking, voor zover deze afspraken de voorzieningen betreffen die op grond van artikel 822 Rv Pro lid 1 Rv voor de duur van de echtscheidingsprocedure kunnen worden gevraagd;
4.2.
bepaalt dat de man, bij uitsluiting van de vrouw, met ingang van de datum dat de vrouw een andere woonruimte heeft betrokken, gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning staande en gelegen te [woonplaats] aan het [adres], met bevel aan de vrouw deze woning niet meer te betreden;
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest rechter, in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025.