ECLI:NL:RBZWB:2025:7855

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
11829587 OV VERZ 25-2963 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om handlichting voor minderjarige om vennoot te worden in een vennootschap onder firma

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 12 november 2025 een beschikking gegeven in een verzoekschrift van Eva Maria Cornelia van Damme, geboren op 9 november 2008 in Breda. Het verzoek, dat op 7 augustus 2025 door de griffie is ontvangen, betreft handlichting als bedoeld in artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek. Eva van Damme wenst de bevoegdheden van een meerderjarige te verkrijgen om de onderneming van haar vader voort te zetten en als vennoot toe te treden tot de vennootschap onder firma Meerezigt. Dit verzoek is mondeling behandeld op 29 oktober 2025, waarbij ook haar moeder, Dymphna Schrauwen, aanwezig was en instemde met het verzoek.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat Eva van Damme de vereiste leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en dat haar moeder het verzoek ondersteunt. De rechter heeft de belangen van de minderjarige in overweging genomen en geoordeeld dat de gevraagde handlichting verantwoord is. De beschikking bepaalt dat de handlichting niet eerder geldt dan na publicatie, die in plaats van in de Staatscourant, op de website van Rechtspraak.nl zal plaatsvinden. Tevens is bepaald dat de handlichting binnen 30 dagen na de beschikking in het regionale dagblad BN/De Stem bekendgemaakt moet worden. De beschikking is openbaar uitgesproken door de kantonrechter en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na de uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 11829587 OV VERZ 25-2963
beschikking d.d. 12 november 2025
van
Eva Maria Cornelia van Damme, geboren op 9 november 2008 in Breda,
wonende te [adres],
verzoekster,
hierna te noemen: “Eva van Damme”.

1.Het verloop van de procedure

1.1
De kantonrechter heeft kennisgenomen van het op 7 augustus 2025 door de griffie ontvangen verzoekschrift (hierna: het verzoek), waarin wordt gevraagd handlichting als bedoeld in artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) te verkrijgen.
1.2
Het verzoek is mondeling behandeld op 29 oktober 2025 in aanwezigheid van Eva van Damme en Dymphna Schrauwen, moeder van Eva van Damme.
1.3
Tot slot is de uitspraak van de beschikking bepaald.

2.Het verzoek en de beoordeling

2.1
Het verzoek strekt ertoe om bevoegdheden te verwerven van een meerderjarige. De reden hiervoor is dat Eva van Damme de onderneming van haar vader wil voortzetten. Eva van Damme wil in de plaats van haar vader toetreden als vennoot van V.O.F. Meerezigt. Eva van Damme wil de bevoegdheid om over de inkomsten uit het akkerbouwbedrijf te kunnen beschikken en om als medevennoot gronden te kunnen verhuren en verpachten. Dit zal gebeuren met instemming van haar moeder, Dymphna Schrauwen.
2.2
Op grond van het bepaalde in artikel 1:235 BW kunnen aan een minderjarige die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige worden toegekend.
2.3
Bij de beoordeling van het verzoek moet de kantonrechter zich laten leiden door het belang van de minderjarige en beoordelen of de gevraagde handlichting verantwoord kan worden geacht.
2.4
De kantonrechter stelt vast dat Eva van Damme de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. De kantonrechter stelt ook vast dat het gezag over Eva van Damme toekomt aan haar moeder, Dymphna Schrauwen en dat haar moeder instemt met het door haar minderjarige dochter gedane verzoek. Gelet op de inhoud van het verzoekschrift, de ter zitting gegeven toelichting en hetgeen is bepaald in artikel 1:235 BW, is de kantonrechter van oordeel dat het verzoek kan worden ingewilligd.
2.5
De kantonrechter wijst voor de goede orde nog op het bepaalde in het derde lid van artikel 1:235 BW, waarin is bepaald dat de minderjarige door de handlichting niet bekwaam wordt tot het beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen.
2.6
Met betrekking tot de publicatieplicht, zoals voorgeschreven in artikel 1:237 BW, oordeelt de kantonrechter als volgt. In dit artikel is bepaald dat de beschikking waarin de handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee bij de benoeming voorgeschreven dagbladen. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis kunnen nemen van deze handlichting. In de huidige samenleving is echter toegang tot internet voor iedereen beschikbaar en publicatie van de handlichting via internet heeft naar het oordeel van de kantonrechter eenzelfde, zo niet een ruimer bereik dan de nog bij wet voorgeschreven publicatie in de Staatcourant. De kantonrechter zal dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en bepalen dat de (door de griffie geïnitieerde) publicatie op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Verder zal één regionaal dagblad worden aangewezen waarin Eva van Damme de aan haar verleende handlichting dient te laten publiceren.
2.7
De verleende handlichting geldt niet eerder dan dat de publicatie een feit is.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verleent aan Eva van Damme, geboren op 9 november 2008 in Breda, wonende te
[adres], handlichting om als vennoot deel te nemen in de vennootschap onder firma Meerezigt;
bepaalt dat publicatie van de handlichting in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat deze beschikking in plaats daarvan (door tussenkomst van de griffier) op de website www.rechtspraak.nl zal worden gepubliceerd;
bepaalt dat deze handlichting voor rekening van Eva van Damme binnen 30 dagen na dagtekening van deze beschikking bekend dient te worden gemaakt in het dagblad
BN/De Stem.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.J. van den Boom, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
(cs)
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 'sHertogenbosch.