Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te Bergen op Zoom op 27 augustus 2023. Betrokkene en zijn gemachtigde stelden dat het apparaat niet werd vastgehouden, maar op schoot lag. De verbalisant verklaarde echter dat het apparaat in de rechterhand werd vastgehouden.
De kantonrechter acht de verklaring van de verbalisant aannemelijk en oordeelt dat de gedraging is verricht. Het feitenboekje en het ontbreken van vermelding van merk, type en kleur in het zaakoverzicht zijn niet doorslaggevend. Betrokkene heeft de gedraging ook niet ontkend bij de staandehouding.
De procedure heeft echter de redelijke termijn van twee jaar overschreden met twee dagen, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Tevens wordt betrokkene een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van het beroep bij de kantonrechter, berekend op basis van een wegingsfactor van 0,25. De officier van justitie wordt opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete wordt met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.