Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige, waaronder het betasten van borsten en billen, tongzoenen en het strelen van het lichaam, gepleegd tussen juni 2019 en september 2021.
Tijdens de zitting op 30 januari 2025 werden standpunten van officier van justitie en verdediging besproken. De rechtbank oordeelde dat hoewel de verklaring van het slachtoffer consistent was, er onvoldoende steunbewijs was voor de meeste tenlastegelegde handelingen. De mogelijke aanraking van de borsten tijdens een omhelzing werd als toevallig en niet seksueel bedoeld beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak verdachte vrij. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen met een minderjarige.