ECLI:NL:RBZWB:2025:7874

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
11668729 CV EXPL 25-1412 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 14 lid 2 Verordening (EG) 593/2008Art. 6 Verordening (EG) 593/2008Art. 15 EVEX II-verdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van rechtsgeldige cessie van vordering

Alektum Capital II AG vordert betaling van een openstaand factuurbedrag van [gedaagde], vermeerderd met rente en kosten, voortvloeiend uit een online bestelling bij Sanitairwinkel. Alektum stelt dat zij eigenaar is van de vordering door cessie van Klarna Bank AB. [gedaagde] betwist dit en heeft de hoofdsom onder protest voldaan, terwijl hij ook bezwaar maakt tegen bijkomende kosten en rente.

De kantonrechter beoordeelt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het toepasselijke recht, gelet op het internationale karakter van de zaak. Nederland is bevoegd en Nederlands recht is van toepassing.

De rechtbank constateert dat Alektum onvoldoende bewijs heeft geleverd van de rechtsgeldige cessie van de vordering. Alektum heeft slechts een brief overgelegd, maar geen akte van cessie of andere bewijsstukken. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat Alektum vorderingsgerechtigd is.

De vordering wordt daarom afgewezen en Alektum wordt veroordeeld in de proceskosten. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering van Alektum wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van rechtsgeldige cessie.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11668729 \ CV EXPL 25-1412
Vonnis van 12 november 2025
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
ALEKTUM CAPITAL II AG,
te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: [gemachtigde] , werkzaam bij [b.v.] .

1.De zaak in het kort

1.1.
[gedaagde] heeft op de website van Sanitairwinkel een bestelling gedaan. Die
bestelling is ook aan [gedaagde] geleverd. Alektum vordert nu betaling van het openstaande factuurbedrag, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] vindt dat hij geen betaling aan Alektum verschuldigd is, omdat niet blijkt dat Alektum eigenaar is van die vordering. [gedaagde] heeft na dagvaarding onder protest de openstaande hoofdsom aan Alektum voldaan. [gedaagde] vindt ook dat hij geen bijkomende kosten en rente aan Alektum moet betalen, omdat hij pas na ontvangst van de dagvaarding op de hoogte was van het nog openstaande factuurbedrag. Alektum vindt dat dit voor rekening en risico van [gedaagde] komt.
1.2.
De kantonrechter wijst de vordering van Alektum af, omdat niet kan worden vastgesteld dat Alektum nu eigenaar is van de vordering.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek met producties;
- de conclusie van dupliek.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.Het geschil

3.1.
Alektum vordert -samengevat- veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 918,98, vermeerderd met rente en kosten.
Alektum legt aan haar vordering -samengevat- het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft online een bestelling geplaatst bij Sanitairwinkel.nl. [gedaagde] heeft bij het doen van die bestelling gekozen voor achteraf betalen via Klarna Bank AB (verder: Klarna). Daarmee is op dat moment de geldvordering op [gedaagde] door Sanitairwinkel in eigendom overgedragen aan Klarna. Klarna heeft haar vordering op [gedaagde] vervolgens door middel van een akte van cessie verkocht en in eigendom overgedragen aan Alektum. [gedaagde] heeft het factuurbedrag van € 690,90 ondanks betalingsherinneringen en sommaties onbetaald gelaten.
De buitengerechtelijke incassokosten van € 103,63 worden gevorderd op grond van artikel 6:96 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
De wettelijke rente -tot 3 april 2025 berekend op een bedrag van € 124,45- wordt gevorderd op grond van het bepaalde in artikel 6:119 BW Pro.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Alektum, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Alektum, met veroordeling van Alektum in de kosten van deze procedure, uitvoerbaar bij voorraad.
[gedaagde] stelt dat door Alektum niet is onderbouwd dat zij rechtsgeldig eigenaar is van de vordering. [gedaagde] heeft daarom onder protest de gevorderde hoofdsom van € 690,90 aan Alektum voldaan. Voor zover Alektum wel rechtsgeldig eigenaar is maakt [gedaagde] bezwaar tegen de medegevorderde kosten en rente. [gedaagde] stelt dat hij eerst na dagvaarding op de hoogte was van de nog openstaande hoofdsom.

4.De beoordeling

rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
Omdat Alektum is gevestigd in Zwitserland en [gedaagde] in Nederland woont, heeft deze zaak een internationaal karakter. Dit houdt in dat de kantonrechter ambtshalve de vraag moet beantwoorden of de Nederlandse rechter bevoegd is om deze zaak te behandelen.
4.2.
Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano 2007 (het EVEX II-verdrag). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is en
woonachtig is in Nederland. Dit leidt op grond van artikel 15 en Pro 16 EVEX II-verdrag tot de conclusie dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.3.
Verder is van belang welk recht op deze zaak van toepassing is. Alektum heeft gesteld dat zij door cessie de vordering van Klarna overgedragen heeft gekregen.
De betrekking tussen Alektum als cessionaris (rechthebbende op de vordering door cessie) en [gedaagde] als (gesteld) schuldenaar, wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de gecedeerde vordering. Dat volgt uit artikel 14 lid 2 Verordening Pro (EG) 593/2008 (Rome I).
Op grond van artikel 6 van Pro deze verordening geldt in geval van een
consumentenovereenkomst zoals hier dat het recht van toepassing is van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft. Aangezien [gedaagde] in Nederland woont, betekent dit dat Nederlands recht moet worden toegepast. De kantonrechter zal de zaak dan ook inhoudelijk beoordelen naar Nederlands recht.
Factuur van 21 december 2020
4.4.
Alektum vordert bij dagvaarding een bedrag van € 690,90 ter zake openstaande hoofdsom. [gedaagde] stelt bij conclusie van antwoord dat hij dit bedrag op 27 april 2025 onder protest aan (de gemachtigde van) Alektum heeft voldaan. Alektum erkent bij conclusie van repliek dat zij het bedrag van € 690,90 ontvangen heeft. Alektum heeft haar eis echter niet bij akte gewijzigd, in die zin dat het hiervoor genoemde bedrag van € 690,90 op de vordering in mindering strekt.
Cessie
4.5.
[gedaagde] stelt bij conclusie van antwoord dat hij de gevorderde hoofdsom niet aan Alektum verschuldigd is, omdat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat de vordering van Sanitairwinkel rechtsgeldig is gecedeerd aan Klarna respectievelijk Alektum.
4.6.
Het had daarom op de weg van Alektum gelegen om dit verweer te weerleggen door bij conclusie van repliek bewijs van de door haar gememoreerde cessies in het geding te brengen, doch zij heeft dit nagelaten. Alektum heeft alleen een brief van 15 juli 2021 overgelegd, waarin aan [gedaagde] is medegedeeld dat zij eigenaar is geworden van de vordering. Alektum heeft geen stukken overgelegd waaruit ook daadwerkelijk blijkt dat zij eigenaar is geworden van de vordering. Voor de kantonrechter is het dan ook niet mogelijk om vast te stellen dat Alektum vorderingsgerechtigd is. De vordering van Alektum wordt daarom afgewezen.
4.7.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen nadere bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.
4.8.
Alektum zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Aan de zijde van [gedaagde] worden deze begroot op € 270,00 (2 punten x
€ 135,00) gemachtigdensalaris en € 67,50 aan nakosten (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering van Alektum af;
5.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten van € 337,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Alektum niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.