ECLI:NL:RBZWB:2025:7880

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
C/02/440609 / JE RK 25-1806
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging door gezinsdynamiek en spanningen

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de ondertoezichtstelling van vijf minderjarige kinderen wegens ernstige zorgen over hun ontwikkeling en de complexe gezinsdynamiek. De kinderen hebben meerdere ingrijpende levensgebeurtenissen meegemaakt, waaronder huiselijk geweld, overmatig alcoholgebruik door de vader en frequente wisselingen van opvoedomgeving en school.

De ouders zijn gescheiden na een incident met fysieke agressie van de vader richting de moeder. De kinderen wonen nu bij de moeder en de biologische vader van de jongste minderjarige. Er zijn grote zorgen over de communicatie tussen de volwassenen, wat leidt tot een gespannen en onveilige opvoedomgeving voor de kinderen. De Raad benadrukt de noodzaak van systeemgerichte hulpverlening en het opstarten van begeleide omgang tussen de vader en de kinderen.

De moeder staat open voor hulpverlening, maar vraagt zich af waarom dit niet vrijwillig kan. De biologische vader van de jongste minderjarige ondersteunt het verzoek. De vader is niet verschenen bij de zitting. De kinderrechter oordeelt dat de ernstige bedreiging van de ontwikkeling niet adequaat kan worden weggenomen zonder ondertoezichtstelling en legt deze daarom voor een jaar op, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Vijf minderjarige kinderen worden voor een jaar onder toezicht gesteld wegens ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door gezinsdynamiek en spanningen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/440609 / JE RK 25-1806
Datum uitspraak: 23 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Middelburg,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2014 te [geboorteplaats 1]
te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 te [geboorteplaats 2]
te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2019 te [geboorteplaats 3]
te noemen [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4], geboren op [geboortedag 4] 2022 te [geboorteplaats 4]
te noemen [minderjarige 4] ,
[minderjarige 5], geboren [geboortedag 5] 2025 te [geboorteplaats 5]
te noemen [minderjarige 5] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. Wouters in Middelburg,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 1] .
De kinderrechter merkt als informanten aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, hierna te noemen de GI,
de heer [de biologische vader] ,
hierna te noemen: de biologische vader van [minderjarige 5] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder, bijgestaan door mr. L. Verheuvel, een kantoorgenoot van mr. Wouters;
  • de biologische vader van [minderjarige 5] ;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De vader is correct opgeroepen maar is niet gekomen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn met elkaar gehuwd.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] .
2.3.
De heer [de biologische vader] is de biologische vader van [minderjarige 5] .
2.4.
De minderjarigen wonen bij de moeder en de biologische vader van [minderjarige 5] .

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad handhaaft het verzoek. De Raad maakt zich ernstige zorgen over de ontwikkeling van de kinderen. De grootste zorg van de Raad is het ontbreken van zicht op het totale gezinssysteem waarbinnen de kinderen opgroeien. Er zijn zorgsignalen geuit over beide opvoedomgevingen, zowel in de situatie bij de moeder en de heer [de biologische vader] als in de situatie bij de vader. Ook zijn er zorgen over de dynamiek en de daaruit voortkomende interactie tussen aan de ene kant de moeder en de heer [de biologische vader] en aan de andere kant de vader. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben in hun jonge leven al veel ingrijpende levensgebeurtenissen meegemaakt. Binnen het huwelijk van de moeder en de vader heeft er veel gespeeld. Zo zou er sprake zijn geweest van huiselijk geweld, overmatig alcoholgebruik van de vader, overbelasting van beide ouders en spanningen tussen de ouders waar de kinderen getuige van zijn geweest. De kinderen hebben mede om die reden in de periode van november 2023 tot en met november 2024 onder toezicht gestaan van Jeugdbescherming west Dordrecht. De ouders verschillen van visie over hetgeen tussen hen heeft afgespeeld. In juli 2024 heeft een incident tussen de ouders plaatsgevonden waarbij vanuit de vader fysieke agressie is gebruikt richting de moeder, waarvan in elk één van de kinderen getuige is geweest. Deze gebeurtenis heeft ertoe geleid dat de ouders uit elkaar zijn gegaan en de moeder samen met de kinderen bij een tante moederszijde in [plaats 2] is gaan wonen. Na deze verhuizing hebben de kinderen opnieuw met ingrijpende veranderingen te maken gekregen. Zo is de moeder in april 2025 samen met de kinderen gaan wonen bij de heer [de biologische vader] , de biologische vader van [minderjarige 5] . [minderjarige 5] is in [geboortedag 4] 2025 geboren. Voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] betekende dit opnieuw een wisseling van opvoedomgeving en voor de oudste drie een schoolwisseling. De Raad vindt dit een zorg, omdat stabiliteit, rust en veiligheid belangrijk is voor de kinderen, zeker gezien de ingrijpende gebeurtenissen en wisselingen die zij hebben meegemaakt. De Raad vindt de situatie kwetsbaar en maakt zich veel zorgen over de draagkracht van de moeder en de biologische vader van [minderjarige 5] en over de vraag of de moeder en de biologische vader van [minderjarige 5] voldoende in staat zijn om responsief en sensitief te kunnen inspelen op hun behoeften. Ook zijn er grote zorgen over de communicatie tussen de verschillende volwassenen binnen het gezinssysteem vanwege dreigingen over en weer via telefoon, e-mail en WhatsApp. Dit maakt dat de moeder en de kinderen op een voor de vader geheim adres verblijven. De kinderen hebben last van de dreigende situatie tussen de volwassenen en zij worden blootgesteld aan spanningen in hun opvoedomgeving, wat maakt dat zij gevoelens van angst, spanning en onveiligheid kunnen ervaren. Ook is de Raad bezorgd welk voorbeeld de kinderen krijgen van de ouders als het gaat om het herkennen en uiten van emoties en gevoelens. Het valt de Raad op dat er vanuit school over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar voren komt dat zij hun gevoelens moeilijk uiten en nauwelijks spreken over hun thuissituatie. Over [minderjarige 3] komt naar voren dat zij opvallend snel en veel deelt over hetgeen zij thuis meemaakt. Een factor die de spanningen tussen de verschillende volwassenen versterkt is dat de echtscheiding tussen de ouders nog niet formeel is wat maakt dat de vader nog belast is met het gezag over [minderjarige 5] terwijl hij niet haar biologische vader is. Formeel moeten de moeder en de vader dus over haar communiceren. Twee kinderen uit een eerdere relatie van de heer [de biologische vader] staan sinds 10 februari 2022 onder toezicht van het Leger des Heils, waarna deze telkens is verlengd. Tussen de heer [de biologische vader] en deze kinderen vindt begeleide omgang plaats. De Raad vindt het belangrijk dat er zicht wordt gehouden op het psychisch welzijn van de biologische vader van [minderjarige 5] . Hiervoor is het belangrijk dat de persoonlijke hulpverlening vanuit SMWO blijft bestaan. Ook vindt de Raad het van belang dat er IPT wordt opgestart die het contact tussen de vader en [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] opstart en begeleid. Er vindt momenteel geen contact tussen hen en de vader plaats en dit moet wel zo snel mogelijk worden opgestart. Er moet helderheid komen over de dynamiek tussen de ouders. Ook is het belangrijk dat het welzijn van de kinderen wordt gemonitord. De verschillende ingrijpende gebeurtenissen die de kinderen hebben meegemaakt, maken dat er een risico is op aanwezigheid van trauma. Ook vindt de Raad de inzet van een vertrouwenspersoon op school die kennis heeft van traumasignalen passend. De Raad vindt het nodig dat er systeemgerichte hulp wordt ingezet op de dynamiek en de daaruit voortkomende communicatie tussen de moeder en de biologische vader van [minderjarige 5] enerzijds en de vader anderzijds. De ouders zijn op dit moment voldoende bereid, maar onvoldoende in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren, doordat zij hulp onvoldoende benutten, niet samenwerken en een andere visie hebben op de oorzaak van de problemen en over de oplossing hiervan. De Raad vindt dat er de komende periode gewerkt moet worden aan de volgende doelen:
  • [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] groeien op in een veilige, stabiele, voorspelbare opvoedomgeving waarin zij voldoende rust en ruimte ervaren om zich te kunnen richten op hun ontwikkelingstaken;
  • [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben veilig en onbelast contact met hun beide ouders waarin zij de ruimte ervaren om de band met hun beide ouders te onderhouden en hun loyaliteit naar hun beide ouders vorm te geven;
  • [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] ervaren ouders (moeder, de heer [de vader] en de heer [de biologische vader] ) om zich heen die op een constructieve manier communiceren en horen hen positief, of tenminste neutraal, en met respect over en met elkaar spreken;
  • [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] krijgen passende hulpverlening die zich richt op wat er nodig is voor hen om zich te kunnen richten op hun eigen ontwikkelingstaken, maar ook om ingrijpende levensgebeurtenissen te kunnen verwerken;
  • De moeder, de vader en de biologische vader van [minderjarige 5] accepteren benodigde hulpverlening en houden zich aan gemaakte hulpverleningsafspraken;
  • De moeder en de vader zetten de noodzakelijke juridische stappen om de echtscheiding te formaliseren;
  • De moeder en de heer [de biologische vader] zetten de noodzakelijke juridische stappen wat betreft de gezagssituatie rondom [minderjarige 5] .;
.
4.2.
Door en namens de moeder wordt tijdens de zitting aangevoerd dat ze het verzoek van de Raad lastig vindt maar wel begrijpt. De situatie is inmiddels best complex. De oudste kinderen doen het goed op hun nieuwe school maar de moeder merkt wel aan hen dat ze vaker gespannen zijn of een huilbui hebben. De moeder vindt het dan ook goed dat er hulpverlening komt. De moeder staat op zich open voor de ondertoezichtstelling maar zij vraagt zich wel af waarom de door de Raad geadviseerde hulp niet in het vrijwillig kader kan worden ingezet nu zij openstaat voor het volgen van hulpverlening. Inmiddels is bij de moeder IPT gestart en zij zal meewerken aan begeleide omgang tussen de vader en de kinderen. De moeder hoopt dat als de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken deze niet voor jaren gaat duren. Sinds half mei 2025 is er geen contact meer geweest tussen de vader en de kinderen. De redenen daarvoor waren wisselend. De ene keer gaf de vader aan dat hij geen vervoer had of dat het niet ging lukken met de trein. De moeder had toen ook al aangeboden de kinderen zelf te halen en te brengen maar toch zegde de vader af. Ook is het voorgekomen dat de moeder voorafgaand aan het omgangsmoment merkte dat de vader niet nuchter was. Ze heeft toen in overleg met Veilig Thuis besloten de omgang niet door te laten gaan. Het klopt dat de kinderen weleens iets hebben gelezen van berichtjes die de vader naar haar heeft gestuurd. Dit ging dan per ongeluk. Er vindt twee keer in de week een belmoment tussen de vader en de kinderen plaats. De kinderen geven van te voren aan dat ze niet altijd willen bellen omdat ze van hun vader altijd dezelfde vragen krijgen. Inmiddels is het verzoek tot echtscheiding ingediend. Ook is er een procedure geweest tot het verlenen van vervangende toestemming voor de school en de verhuizing, omdat de vader geen toestemming verlenen. Vader is nu ook niet aanwezig en dat vindt de moeder jammer. De ondertoezichtstelling vraagt van beide ouders betrokkenheid. De moeder hoopt dat de GI stevig de regie zal pakken omdat er problemen zijn in de dynamiek tussen de moeder en de biologische vader van [minderjarige 5] enerzijds en de vader anderzijds. De moeder vindt het belangrijk dat de GI goed zicht houdt op het alcoholgebruik van de vader en dat de vader zijn verantwoordelijkheid gaat nemen.
4.3.
De biologische vader van [minderjarige 5] verklaart tijdens de zitting dat hij het eens is met het verzoek van de Raad. Het is goed dat de GI betrokken gaat worden en over de schouders mee gaat kijken. Daar zullen de kinderen baat bij hebben. Hij vindt de dynamiek met de vader lastig. De vader zegt zoveel lelijke dingen en dan is het moeilijk om daar niet op te reageren. De biologische vader van [minderjarige 5] hoopt wel dat een andere medewerker van de GI de betrokken jeugdbeschermer zal worden omdat de huidige contactpersoon betrokken is bij zijn andere kinderen en hij niet wil dat zaken door elkaar heen gaan lopen.
4.4.
De GI verklaart tijdens de zitting dat zij bereid is de ondertoezichtstelling uit te gaan voeren. De jeugdbeschermer die al bij de biologische vader van [minderjarige 5] betrokken is zal dan ook in deze zaak de betrokken jeugdbeschermer worden. Vanwege capaciteitsproblemen is het niet mogelijk om een andere jeugdbeschermer voor deze zaak aan te stellen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] wordt ernstig bedreigd, omdat zij opgroeien in een opvoedomgeving die zich kenmerkt door spanningen. Er is sprake van een ingewikkelde en onduidelijke gezinsdynamiek tussen enerzijds de moeder en de biologische vader van [minderjarige 5] en anderzijds de vader. De kinderen hebben al veel veranderingen meegemaakt, zijn vaak verhuisd en hebben daardoor op verschillende scholen gezeten. De oudste kinderen hebben daarnaast een zusje gekregen in een nieuw gezin. Er is sprake van zorgsignalen in zowel de situatie bij de moeder en de biologische vader van [minderjarige 5] als in de situatie bij de vader. Er is sprake van een kwetsbare situatie met veel onduidelijkheid. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] hebben vrijwel geen contact met hun vader en als zij hem telefonisch spreken gaat dat vaak gepaard met negatieve uitlatingen tussen de vader en de heer [de biologische vader] op de achtergrond. Dat is een ongezonde situatie. De kinderen moeten onbezorgd contact kunnen hebben met hun vader. Zowel de vader als de heer [de biologische vader] moeten zich daarvoor inspannen. Er moet zicht komen op de ontwikkeling van de kinderen en op wat zij nodig hebben om al hetgeen gebeurd is, te verwerken. Er moet, onder regie van de GI, de juiste hulpverlening worden ingezet zodat er wordt toegewerkt naar een veilige en stabiele opvoedomgeving waarin de kinderen rustig kunnen opgroeien. Daarnaast moeten er ook nog praktische en juridische zaken geregeld worden, zoals de echtscheidingsprocedure tussen de vader en de moeder en omtrent het vaderschap over [minderjarige 5] en de daarbij behorende gezagssituatie. De kinderrechter is van oordeel dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet of onvoldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening omdat dit de volwassenen tot op heden zelf niet gelukt is. De kinderrechter ziet bij de moeder en de biologische vader van [minderjarige 5] wel bereidheid tot het volgen van hulpverlening alleen is het tonen van bereidheid niet voldoende en zal er echt concrete hulpverlening moeten worden ingezet. Het is nodig dat de GI daartoe de regie neemt en de door de Raad geadviseerde systeemgerichte hulpverlening in gaat zetten. De kinderrechter vindt het van belang dat de ouders, en de biologische vader van [minderjarige 5] , gaan werken aan verbetering van de onderlinge communicatie omdat de kinderen last hebben van de spanningen tussen de volwassenen om hen heen.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 23 oktober 2025 tot 23 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025 door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier, en op schrift gesteld op 10 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.