ECLI:NL:RBZWB:2025:7911

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
10762531 \ MB VERZ 23-1110
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens snelheidsovertreding binnen bebouwde kom

Betrokkene is beboet voor het rijden met 22 km/u te hard binnen de bebouwde kom op de Ringbaan-Noord te Tilburg op 15 augustus 2022. Betrokkene betwistte de overtreding en deugdelijkheid van de bebording, maar de kantonrechter achtte de verklaring van de verbalisant en de fysieke aanwezigheid voldoende bewijs dat de overtreding heeft plaatsgevonden.

De kantonrechter stelde vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling door de officier van justitie terugbetaald.

Ten slotte werd de officier van justitie veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene, welke werden berekend op basis van de mate van matiging door termijnoverschrijding. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gewijzigd en het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en de proceskosten worden vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10762531 \ MB VERZ 23-1110
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 12 september 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 22 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Ringbaan-Noord te Tilburg op 15 augustus 2022 om 23:48 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene betwist de H1-bebording te zijn gepasseerd. De verbalisant was ter plekke aanwezig, alleen weet de verbalisant niet via welke route betrokkene de bebouwde kom is binnengereden en daarom kan de verbalisant de bebording niet voorafgaand aan de gedraging hebben gecontroleerd. Gemachtigde verwijst naar jurisprudentie en naar de rijroute. Op grond van het overzichtsarrest dient het Openbaar Ministerie te voldoen aan drie eisen. Uit de meest recente jurisprudentie volgt dat in ieder geval aan twee van de drie eisen dient te worden voldaan. Als de schouwrapporten langer dan zes maanden van de pleegdatum afliggen, dan dient aan alle drie de eisen te worden voldaan. Met de gegevens in het dossier is (vooralsnog) de deugdelijkheid van de bebording niet komen vast te staan. Voorts is de redelijke termijn overschreden, waardoor verzocht wordt om een strafkorting. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er inmiddels zekerheid is gesteld. Uit de foto valt niet op te maken wanneer de foto is gemaakt. Verder is de pleegdatum lang geleden. Niet duidelijk is of de bebording aanwezig was op de pleegdatum.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit een controle van de opgegeven rijroute via Google Maps blijkt dat er een bord langs de weg staat. Het is overduidelijk aan de omgeving te zien dat betrokkene zich in de bebouwde kom bevond. De verbalisant was fysiek aanwezig, waardoor mag worden aangenomen dat de bebording is gecontroleerd. In dit dossier zijn er geen schouwrapporten omdat de gedraging is vastgesteld door middel van een lasergun.

Overwegingen

Zekerheidstelling
Op grond van artikel 11 Wahv Pro moet de indiener van een beroepschrift eerst een bedrag aan zekerheidstelling betalen voordat het beroep in behandeling kan worden genomen.
De zekerheidstelling in deze zaak bedraagt € 238.
Ter zitting is vast komen te staan dat inmiddels de zekerheidstelling is betaald, waardoor de kantonrechter aanleiding ziet het beroep tegen de boete inhoudelijk te behandelen.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de gemachtigde voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De foto’s in het dossier bevatten de pleegdatum. Vast is komen te staan dat de verbalisant fysiek ter plaatse aanwezig was. Gelet hierop zijn schouwrapporten niet noodzakelijk. Daarbij geldt het uitgangspunt dat de verbalisant voorafgaand aan de controle de aanwezigheid van de bebording controleert. De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om daar in dit geval anders over te denken en verwerpt de stelling van gemachtigde dat deugdelijke bebording ontbrak.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Daarbij wordt de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast, nu de matiging uitsluitend het gevolg is van overschrijding van de redelijke termijn (zie ECLI:NL:HR:2023:1526). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- =
€ 226,75
totaal € 453,50

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 171,75, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 57,25, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: