ECLI:NL:RBZWB:2025:7915

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
10615478 \ MB VERZ 23-893
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 6 lid 1 EVRMArt. 8 sub b Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens verkeerd parkeren met matiging boete

Betrokkene is beboet voor parkeren op een parkeergelegenheid met een ander doel dan toegestaan op 9 februari 2023 in Tilburg. Betrokkene stelde dat het voertuig verhuurd was en dat de huurder aansprakelijk moest worden gesteld, maar kon dit niet voldoende bewijzen met een geldige huurovereenkomst.

De officier van justitie handhaafde de boete, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht aan betrokkene als kentekenhouder was opgelegd omdat de uitzondering voor bedrijfsmatige verhuur niet was aangetoond.

Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van het beroep was overschreden met bijna zes maanden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van de kantonrechterfase, berekend op basis van de mate van matiging.

De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en de proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 12 september 2025 in Tilburg gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck.

Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer.: 10615478 \ MB VERZ 23-893
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 12 september 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeergelegenheid met ander doel dan aangegeven wijze op de Klundertplein te Tilburg op 9 februari 2023 om 11:14 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht en dat betrokkene onterecht als kentekenhouder is beboet. Gemachtigde verwijst naar artikel 8 sub b Wahv Pro. De activiteiten van de kentekenhouder betreft onder andere de verkoop en verhuur van (eventueel elektrische) voertuigen en rijwielen. Gemachtigde verwijst naar de bijlage waaruit een schriftelijke aangegane huurovereenkomst van minder dan drie maanden blijkt. Eveneens blijkt wie de huurder van het voertuig was. Het betreft de reserveringdetails en het profiel van de huurder, of de factuur indien deze beschikbaar is. De reserveringsdetails en het profiel van de huurder tezamen dienen volgens jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden als huurovereenkomst te worden bestempeld. Gemachtigde stelt dat de beschikking ofwel is opgelegd ten tijde van de verhuur, dan wel opgelegd na de verhuur wanneer sprake is van een beschikking omtrent verkeerd parkeren. In dat laatste geval was de huurder de laatste huurder van het voertuig voordat de beschikking was opgelegd, en dient deze alsnog als de huurder te worden aangewezen. Gemachtigde stelt gelet op jurisprudentie dat de geboortedatum van de huurder geen vereiste betreft. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De data uit de huurovereenkomst komen niet overeen met de gegevens van de gedraging. In dat opzicht blijft de kentekenhouder aansprakelijk. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor verzocht wordt om de boete met 25% te matigen.

Overwegingen

Inhoudelijk
Op grond van artikel 5 Wahv Pro wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder.
Ingevolge artikel 8 Wahv Pro is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder
( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of
( b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of
( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was.
Betrokkene stelt dat het voertuig zou zijn verhuurd ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur). Betrokkene heeft die stelling echter onvoldoende met bewijzen onderbouwd en heeft nagelaten een juiste geldige lease- of huurovereenkomst te overleggen, zodat niet is komen vast te staan dat die uitzondering zich heeft voorgedaan. Het beroep daarop wordt dan ook verworpen.
De boete is dus terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 14 maart 2023 en is de redelijke termijn dus met bijna zes maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Daarbij wordt de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast, nu de matiging uitsluitend het gevolg is van overschrijding van de redelijke termijn (zie ECLI:NL:HR:2023:1526). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 75, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 25, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 226,75.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: