Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor parkeren op een parkeergelegenheid met een ander doel dan toegestaan op 9 februari 2023 in Tilburg. Betrokkene stelde dat het voertuig verhuurd was en dat de huurder aansprakelijk moest worden gesteld, maar kon dit niet voldoende bewijzen met een geldige huurovereenkomst.
De officier van justitie handhaafde de boete, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat de boete terecht aan betrokkene als kentekenhouder was opgelegd omdat de uitzondering voor bedrijfsmatige verhuur niet was aangetoond.
Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor behandeling van het beroep was overschreden met bijna zes maanden, waardoor de boete met 25% werd gematigd. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de kosten van de kantonrechterfase, berekend op basis van de mate van matiging.
De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag terug te betalen en de proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 12 september 2025 in Tilburg gedaan door kantonrechter W.H.C. van Eck.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.