Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het stilstaan op het trottoir in Tilburg op 17 juni 2022. Hij voerde aan dat hij niet op het trottoir stond, maar op een bestrate middenberm, en dat hij al jaren tegen paaltjes parkeert om schade te voorkomen. De officier van justitie stelde dat sprake was van een trottoir en dat betrokkene het voertuig zo had neergezet dat mensen er omheen moesten lopen.
De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden en dat de stelling van betrokkene onvoldoende aanleiding geeft om aan die verklaring te twijfelen. Er is dus terecht een boete opgelegd. Wel is de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd.
Daarnaast wordt het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terugbetaald en krijgt betrokkene een proceskostenvergoeding van €226,75 toegekend, omdat de matiging uitsluitend het gevolg is van de termijnoverschrijding. De beslissing van de officier van justitie wordt dienovereenkomstig gewijzigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.