Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het parkeren voor een inrit op 31 maart 2023 te Tilburg. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging, gebaseerd op de verklaring van de verbalisant, vaststaat en dat een enkele ontkenning onvoldoende is om dit te betwisten. Wel is vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete op 11 april 2023.
Door deze termijnoverschrijding matigde de kantonrechter de boete met 25%, waardoor het bedrag werd verlaagd tot € 82,50 plus administratiekosten. Tevens werd de officier van justitie opgedragen het te veel betaalde bedrag van € 27,50 terug te betalen en een proceskostenvergoeding van € 265,75 aan betrokkene toe te kennen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard met matiging boete en toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.