ECLI:NL:RBZWB:2025:794
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Benjaddi
- Rechtspraak.nl
Geen spoedeisend belang voor verkoop en verdeling van voormalige echtelijke woning
Partijen zijn gescheiden en hebben gezamenlijk een woning in eigendom die aan de man is toegedeeld onder de voorwaarde dat hij de hypothecaire lening draagt en de vrouw wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid. De man is er niet in geslaagd de financiering rond te krijgen om de vrouw te ontslaan. De vrouw vordert in kort geding dat de woning verkocht wordt om uit de onverdeeldheid te komen.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw geen voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Het enkele feit dat zij uit de onverdeeldheid wil, zonder concrete plannen om een andere woning te kopen, is onvoldoende om een spoedeisend belang aan te nemen. De vorderingen van de vrouw worden daarom afgewezen.
De man had voorwaardelijk verzocht om uitstel van verdeling, maar aangezien de vorderingen van de vrouw worden afgewezen, komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van zijn vorderingen en wijst deze eveneens af.
De uitspraak bevestigt dat het beëindigen van onverdeeldheid op zichzelf geen spoedeisend belang vormt en dat concrete omstandigheden vereist zijn om een verkoopprocedure in kort geding te gelasten.
Uitkomst: De vorderingen van de vrouw en de man worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.