ECLI:NL:RBZWB:2025:7986

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
C/02/440582 / FA RK 25-5165
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor afbouw medicatie bij psychotische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene wenst haar medicatie af te bouwen, maar heeft geen ziektebesef en verzet zich tegen medicatiegebruik.

De casemanager FACT en de advocaat van betrokkene waren aanwezig bij de zitting, betrokkene zelf verscheen niet. Uit de medische stukken en het zorgplan blijkt dat betrokkene zonder medicatie kan decompenseren, wat leidt tot ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor veiligheid. De zorgmachtiging is nodig om de afbouw van medicatie te monitoren en bij ontregeling direct in te grijpen.

De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, zoals het onderhouden van contact met het FACT-team en begeleiders. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De zorgmachtiging wordt verleend voor twaalf maanden tot 21 oktober 2026, omdat het effect van medicatieafbouw ook na februari 2026 gemonitord moet worden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de zorgmachtiging voor twaalf maanden om de afbouw van medicatie bij betrokkene met een psychotische stoornis te monitoren en verplichte zorg te waarborgen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440582 / FA RK 25-5165
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. V.C. Andeweg uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2025 bij woonvoorziening [woonvoorziening] aan de [adres] . Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • de casemanager FACT, mevrouw [persoon] .
Hoewel betrokkene correct voor de zitting was opgeroepen, is zij niet verschenen.
De advocaat heeft aangegeven dat betrokkene van de zitting op de hoogte is, maar er bewust voor heeft gekozen om niet te verschijnen. De zitting kan worden voortgezet in afwezigheid van betrokkene. De advocaat kan het standpunt van betrokkene overbrengen.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft op 6 december 2024 een zorgmachtiging verleend tot en met 6 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
De casemanager geeft aan dat het op dit moment goed gaat met betrokkene. Zij heeft om de drie maanden een afspraak met het FACT en komt deze afspraken na. Betrokkene heeft de uitgesproken wens om te stoppen met haar medicatie. Om tegemoet te komen aan deze wens is samen met betrokkene en de begeleiders van [woonvoorziening] een plan gemaakt om de medicatie af te bouwen. De zorgmachtiging is nodig als stok achter de deur omdat in het verleden is gebleken dat betrokkene kan decompenseren als zij haar medicatie afbouwt. Met een zorgmachtiging kan de medicatie direct weer worden opgestart als dat nodig is. Decompensatie zal haar verblijf bij [woonvoorziening] in gevaar kunnen brengen. Betrokkene staat achter het plan en heeft toegezegd dat zij zich kan vinden in een verlenging van de zorgmachtiging. Betrokkene wenst uiteindelijk volledig met de medicatie te stoppen. De casemanager denkt dat een kleine onderhoudsdosering altijd nodig zal blijven. Als de afbouw volgens plan gaat, is de medicatie volledig afgebouwd in februari 2026. De zorgmachtiging is ook na februari 2026 noodzakelijk omdat het enige tijd zal duren voordat de medicatie volledig is uitgewerkt. Tot slot kan de afbouw van de medicatie niet op vrijwillige basis plaatsvinden. Betrokkene heeft geen ziektebesef en verzet zich voortdurend tegen haar medicatie.
Wat betreft de verplichte vormen van zorg zegt de casemanager dat er op dit moment geen medische controles plaatsvinden. Als betrokkene decompenseert, kunnen medische controles nodig zijn om haar weer op medicatie in te stellen. De zorgvorm ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ ziet op het contact houden met het FACT-team en de begeleiders van [woonvoorziening] .
4.2.
De advocaat voert aan dat het goed met betrokkene gaat. Zij komt haar afspraken na en zit goed op haar plek bij [woonvoorziening] . De medicatie wordt afgebouwd en zal, zoals het er nu voorstaat, in februari 2026 volledig afgebouwd zijn. De wens van betrokkene om haar medicatie af te bouwen heeft niet alleen te maken met het ontbreken van ziekte-inzicht. Zij wenst vooral te onderzoeken of zij zonder medicatie verder kan leven. Hoewel het begrijpelijk is dat bij elke stap gekeken moet worden hoe het met betrokkene gaat, benadrukt de advocaat dat betrokkene zich positief ontwikkelt. Betrokkene ziet dan ook niet in waarom een zorgmachtiging nog nodig is. De informatie uit het verzoekschrift is gedateerd en betrokkene begrijpt niet dat de zorgmachtiging als voorwaarde wordt gesteld voor de afbouw van de medicatie. Betrokkene heeft begeleiders vanuit [woonvoorziening] . Als het niet goed met haar gaat, zal dat meteen worden opgemerkt.
Gelet op het voorgaande verzoekt de advocaat primair om het verzoek af te wijzen. Subsidiair verzoekt de advocaat om de zorgmachtiging te verlenen tot en met februari 2026 omdat dan de medicatie volledig is afgebouwd. Meer subsidiair verzoekt de advocaat de zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
Wat de vormen van verplichte zorg betreft, verzoekt de advocaat ‘het verrichten van medische controles’ af te wijzen omdat dit niet wordt ingezet. Het ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ is ook niet noodzakelijk omdat betrokkene haar afspraken met de GGZ nakomt.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in het geval van psychotische decompensatie zichzelf en haar omgeving verwaarloost. Zo heeft betrokkene in het verleden haar woning dermate verwaarloosd dat het onbewoonbaar werd verklaard. Ook haar huidige woonplek bij [woonvoorziening] dreigde zij later te verliezen omdat zij zich onbegeleidbaar opstelde, met stoelen gooide en banden lek heeft gestoken. In 2022 heeft [woonvoorziening] opnieuw een zorgmachtiging aangevraagd omdat betrokkene niet kon reflecteren op voornoemde incidenten en er weer sprake was van zelfverwaarlozing en vervuiling van haar woonomgeving. Ook is in het verleden gebleken dat bij een decompensatie sprake kan zijn van maatschappelijke teloorgang, dierenkwelling en agressie naar anderen.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat het betrokkene structureel ontbreekt aan ziektebesef. Betrokkene geeft bij herhaling aan dat zij geen medicatie nodig heeft. De zorgverleners hebben besloten de medicatie zorgvuldig af te bouwen om tegemoet te komen aan de wens van betrokkene. Het is positief dat betrokkene op dit moment vooruitgang laat zien maar in het verleden is gebleken dat zij zonder medicatie hevig kan decompenseren. Gedurende deze decompensatie weigert betrokkene iedere vorm van zorg er is er sprake van ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Ook haar verblijf bij [woonvoorziening] kan dan op het spel komen te staan. De rechtbank is daarom van oordeel dat verplichte zorg nodig is. Op die manier kunnen de zorgverleners de afbouw van de medicatie nauwlettend in de gaten houden en kunnen zij bij een ontregeling ingrijpen voordat de situatie verslechterd.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.7.1.
De rechtbank wijst ‘het verrichten van medische controles’ toe ondanks dat deze
vorm van zorg op dit moment niet wordt toegepast. Als er sprake is van een psychische decompensatie moeten de zorgverleners betrokkene weer in kunnen stellen op medicatie. Daarvoor kunnen medische controles nodig zijn.
5.7.2.
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat onder ‘aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en haar begeleiders bij [woonvoorziening] en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden. De rechtbank is van oordeel dat de zorgmachtiging niet voor een kortere duur verleend kan worden. Het is van belang dat de situatie van betrokkene ook na de afbouw van de medicatie gemonitord kan worden. In het verleden is namelijk gebleken dat het geruime tijd kan duren voordat de medicatie volledig is uitgewerkt en (eventuele) klachten op kunnen treden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene]op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals in rechtsoverweging 5.7.2. is overwogen;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 oktober 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier en op schrift gesteld op 4 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.