De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene wenst haar medicatie af te bouwen, maar heeft geen ziektebesef en verzet zich tegen medicatiegebruik.
De casemanager FACT en de advocaat van betrokkene waren aanwezig bij de zitting, betrokkene zelf verscheen niet. Uit de medische stukken en het zorgplan blijkt dat betrokkene zonder medicatie kan decompenseren, wat leidt tot ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor veiligheid. De zorgmachtiging is nodig om de afbouw van medicatie te monitoren en bij ontregeling direct in te grijpen.
De rechtbank achtte verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, zoals het onderhouden van contact met het FACT-team en begeleiders. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De zorgmachtiging wordt verleend voor twaalf maanden tot 21 oktober 2026, omdat het effect van medicatieafbouw ook na februari 2026 gemonitord moet worden.