ECLI:NL:RBZWB:2025:7992
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen dagloonberekening Ziektewetuitkering door UWV
Eiser maakte bezwaar tegen de berekening van zijn dagloon voor de Ziektewetuitkering door het UWV, waarbij het dagloon was verhoogd van €112,86 naar €152,65 bruto per dag. De rechtbank beoordeelde of het UWV de juiste regels had toegepast, met name of vakantietoeslag over meer-uren, verlofuren en toeslaguren na de referteperiode in de berekening mochten worden meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de regels uit het Dagloonbesluit correct had toegepast. Betalingen buiten de referteperiode worden niet meegenomen, tenzij sprake is van vorderbaar maar niet-inbaar loon, wat hier niet het geval was. De nabetalingen werden terecht niet meegerekend. Eiser deed geen beroep meer op eerdere jurisprudentie die zijn standpunt ondersteunde.
Daarnaast vroeg eiser een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelde vast dat de procedure circa twee maanden te lang duurde en kende een schadevergoeding van €500 toe, alsmede een proceskostentoekenning van €453,50. Het beroep werd ongegrond verklaard, het dagloon bevestigd en eiser kreeg geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten van UWV.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en het dagloon van €152,65 bruto per dag bevestigd, met een schadevergoeding van €500 en proceskostenvergoeding aan eiser wegens termijnoverschrijding.