ECLI:NL:RBZWB:2025:8005

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
C/02/440266 / FA RK 25-4986
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing eerste zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg voor zes maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1978. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, ondanks correcte oproeping en herhaald aanbellen. De rechtbank besloot de zitting voort te zetten bij afwezigheid van betrokkene.

Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, waaronder een posttraumatische stressstoornis. Deze stoornissen veroorzaken ernstig nadeel, zoals psychische schade, maatschappelijke teloorgang, agressie, overlast en gevaar voor de veiligheid. Betrokkene vertoont een patroon van medicatiestop en ontregeling, met gebrek aan ziektebesef en weigering van vrijwillige zorg.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De toegewezen zorgvormen omvatten medicatietoediening, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in het eigen leven waaronder communicatie, en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De zorgmachtiging geldt voor zes maanden tot 21 april 2026.

De rechtbank wees het meer of anders verzochte af. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank wijst de eerste zorgmachtiging toe voor zes maanden met verplichte zorgvormen gericht op medicatie, bewegingsvrijheid, beperkingen in het eigen leven en opname.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440266 / FA RK 25-4986
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 september 2025;
  • het proces-verbaal van de zitting van 14 oktober 2025.
1.2.
De zitting heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 14 oktober 2025 op het thuisadres van betrokkene. Hoewel betrokkene correct voor de zitting was opgeroepen, deed hij na herhaaldelijk aanbellen en aankloppen zijn voordeur niet open. De rechtbank heeft de zaak daarom aangehouden tot 21 oktober 2025 om betrokkene de gelegenheid te geven alsnog te worden gehoord.
1.3.
Op 21 oktober 2025 heeft de rechtbank de zitting voortgezet op het thuisadres van betrokkene. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • casemanager FACT, mevrouw [persoon 1] .
Bij de zitting was ook de heer [persoon 2] , huisarts in opleiding, aanwezig. Hij is echter niet gehoord.
1.4.
De rechtbank constateert dat betrokkene na aanbellen en aankloppen opnieuw zijn voordeur niet opent, terwijl de rechtbank betrokkene correct heeft opgeroepen; een oproepbrief is op 14 oktober 2025 in de brievenbus van betrokkene gedaan.
1.5.
Gelet op het spoedeisende karakter van het verzoek en nu het niet de verwachting is dat betrokkene bij een nieuwe oproeping wel zijn voordeur opent, dan wel bij de rechtbank zal verschijnen én hij door de rechtbank gehoord wil worden, besluit de rechtbank om de zitting voort te zetten bij afwezigheid van betrokkene. De advocaat van betrokkene maakt hiertegen geen bezwaar.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
De casemanager zegt dat zij betrokkene recent niet meer heeft gesproken. Betrokkene vertoont telkens hetzelfde patroon. Als het goed met hem gaat, werkt hij mee en wordt de zorg op vrijwillige basis voortgezet. Dat is ook de reden waarom de vorige crisismaatregel niet is verlengd. Betrokkene heeft echter op een gegeven moment besloten zijn medicatie af te bouwen, hetgeen tot gevolg heeft gehad dat hij weer is ontregeld. Het is duidelijk dat betrokkene zijn medicatie op dit moment niet inneemt. Hij haalt zijn medicatie niet op en geeft ook bij de zorgverleners aan dat hij de medicatie niet nodig vindt. Als betrokkene ontregelt, weigert hij de samenwerking met de zorgverleners. Hij is in beginsel niet boos op de zorgverleners, maar is verbaal agressief over een derde persoon die hem lastig zou vallen. Betrokkene is ook bekend bij de gemeente en veroorzaakt overlast op het politiebureau. Daarnaast heeft betrokkene een groot deel van zijn spullen in de voortuin gelegd én laatstelijk heeft hij al zijn telefoons aan elkaar getapet. Ook is er geen zicht op zijn zelfzorg en voedingspatroon.
De zorgvorm ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ ziet op het opvolgen van de aanwijzingen van het FACT-team. Het ‘opnemen in een accommodatie’ is noodzakelijk om betrokkene goed in te stellen op medicatie. In het verleden is gebleken dat betrokkene door een kortdurende opname snel weer opknapt en dan zijn medewerking verleent. De verzochte zorgvormen ‘insluiten’ en ‘het verrichten van medische controles’ zijn niet nodig.
3.2.
De advocaat geeft aan dat hij betrokkene de afgelopen week niet meer heeft gesproken. Hij hoopt dat betrokkene spoedig zijn medicatie weer in gaat nemen. De advocaat vraagt de rechtbank dan ook het verzoek toe te wijzen. De zorgvorm ‘opnemen in een accommodatie’ kan in duur beperkt worden omdat betrokkene na de inname van medicatie zijn medewerking weer zal verlenen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en overige dsm-5 stoornissen. Er is sprake van een posttraumatische stressstoornis en psychotische kwetsbaarheid.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene vanuit een psychotische decompensatie achterdochtig is en zich steeds verder terugtrekt. Hij heeft het idee dat hij continue door iemand wordt lastiggevallen. Hij valt anderen lastig en gaat verhaal halen bij diegenen van wie hij vermoedt dat zij hem lastigvallen. Betrokkene is dan ook verbaal agressief. Daarnaast veroorzaakt betrokkene overlast op het politiebureau en is hij bekend bij de gemeente. Er is ook sprake van maatschappelijke teloorgang. Dit komt onder meer tot uiting in het verliezen van werk en het zich terugtrekken. Betrokkene heeft in zijn voortuin waardevolle spullen gezet, zoals zijn televisie, laptop en telefoon.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat het betrokkene structureel ontbreekt aan ziektebesef. Betrokkene is bekend met een patroon waarbij hij decompenseert na het stoppen van zijn medicatie. Als het goed met betrokkene gaat, kiest hij er telkens voor de medicatie af te bouwen. Het gebrek aan ziektebesef maakt het voor betrokkene onmogelijk om tot een redelijke afweging te komen van zijn eigen belangen. Betrokkene blijft volhardend in zijn wens om de medicatie te stoppen. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.7.1.
De verzochte vormen van verplichte zorg ‘het verrichten van medische controles’ en ‘insluiten’ zal de rechtbank niet overnemen in de zorgmachtiging omdat de casemanager heeft aangegeven dat het niet voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg toegepast gaan worden.
4.7.2.
De rechtbank bepaalt dat onder ‘het aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. De rechtbank zal de zorgvorm ‘opnemen in een accommodatie’ niet in duur beperken, zoals door de advocaat is verzocht. Het uitgangspunt voor toepassing van verplichte zorg in de Wvggz is namelijk dat verplichte zorg altijd zo beperkt mogelijk moet worden toegepast.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), wat inhoudt dat de vormen van verplichte zorg zoals genoemd in overweging 4.7 kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 april 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier, en op schrift gesteld op 4 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.