De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1978. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, ondanks correcte oproeping en herhaald aanbellen. De rechtbank besloot de zitting voort te zetten bij afwezigheid van betrokkene.
Uit de stukken en de zitting bleek dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, waaronder een posttraumatische stressstoornis. Deze stoornissen veroorzaken ernstig nadeel, zoals psychische schade, maatschappelijke teloorgang, agressie, overlast en gevaar voor de veiligheid. Betrokkene vertoont een patroon van medicatiestop en ontregeling, met gebrek aan ziektebesef en weigering van vrijwillige zorg.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De toegewezen zorgvormen omvatten medicatietoediening, bewegingsvrijheidsbeperking, beperkingen in het eigen leven waaronder communicatie, en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De zorgmachtiging geldt voor zes maanden tot 21 april 2026.
De rechtbank wees het meer of anders verzochte af. De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd. Tegen deze beschikking staat cassatie open.