ECLI:NL:RBZWB:2025:8008

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
C/02/440510 / FA RK 25-5129
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)Wet zorg en dwang (Wzd)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging Wvggz voor twaalf maanden wegens psychische stoornis met nadruk op schizofrenie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1983. Betrokkene lijdt aan paranoïde schizofrenie en een verstandelijke beperking, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting, die betrokkene niet bijwoonde ondanks correcte oproeping, werd vastgesteld dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het ontbreken van ziektebesef en zorgmijding. De casemanagers van het FACT benadrukten het belang van verplichte medicatie via depot en het contactmoment voor monitoring. De advocaat van betrokkene betwistte de diagnose en vroeg afwijzing of een kortere duur van zes maanden.

De rechtbank oordeelde dat de psychische stoornis op de voorgrond staat en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging omvat het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder periodiek contact met het ambulant behandelteam. Medische controles zijn niet opgenomen omdat betrokkene hier niet voor openstaat.

De zorgmachtiging wordt verleend voor de gevraagde duur van twaalf maanden, met de kanttekening dat het FACT aanvullende zorg voor de verstandelijke beperking kan onderzoeken. Een overschakeling naar zorg op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd) is niet passend omdat dit opname vereist. De beschikking is mondeling gegeven op 21 oktober 2025 en schriftelijk op 4 november 2025.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatie en beperkingen in de vrijheid vanwege de ernstige psychische stoornis van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440510 / FA RK 25-5129
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 oktober 2025;
  • het proces-verbaal van de zitting van 14 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 14 oktober 2025 op het thuisadres van betrokkene. Hoewel betrokkene correct voor de zitting was opgeroepen, deed zij na herhaaldelijk aanbellen haar voordeur niet open. De rechtbank heeft de zaak daarom aangehouden tot 21 oktober 2025 om betrokkene de gelegenheid te geven alsnog te worden gehoord.
1.3.
Op 21 oktober 2025 heeft de rechtbank opnieuw geconstateerd dat betrokkene haar voordeur niet opent, terwijl zij correct is opgeroepen door middel van een oproepbrief die door de rechtbank in de brievenbus van betrokkene is gedaan op 14 oktober 2025. De rechtbank besluit om de zitting voort te zetten bij afwezigheid van betrokkene. De advocaat van betrokkene maakt hiertegen geen bezwaar. De zitting is voortgezet op het kantooradres van het ambulant behandelteam. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
  • de advocaat van betrokkene;
  • de casemanager van het FACT, mevrouw [persoon 1] ;
  • de casemanager van het FACT, de heer [persoon 2] .
Bij de zitting was ook de heer [persoon 3] , huisarts in opleiding, aanwezig. Hij is echter niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft op 28 november 2024 een zorgmachtiging verleend tot en met 28 november 2025.
3.
Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
De casemanager van het FACT, mevrouw [persoon 1] , brengt samengevat naar voren dat zij betrokkene al lange tijd kent. Als er een zorgmachtiging is, accepteert betrokkene haar medicatie en lukt het enigszins stabiliteit te behouden. Betrokkene kan nog niet voor haar kinderen zorgen of werken, maar het lukt haar wel om het huishouden te doen en voor zichzelf te zorgen. Betrokkene geeft duidelijk aan niet achter de medicatie te staan. Zij heeft geen ziektebesef en wil geen hulp van de GGZ. Zij kan niet inzien dat de medicatie haar helpt om stabiel te blijven. Met de zorgmachtiging lukt het om de depotmedicatie te verstrekken, maar zonder zorgmachtiging zal betrokkene de deur niet meer opendoen. Hetgeen tot gevolg zal hebben dat zij weer psychotisch zal decompenseren. Het contact met betrokkene is kort en zakelijk. Zij laat de zorgverleners binnen voor het depot, maar meer contact dan dat wil zij niet. Het afgelopen jaar is ook ambulante hulp ingezet voor woonondersteuning, maar ook voor hen doet betrokkene de deur niet meer open.
Op de vraag van de advocaat wat de bovenliggende stoornis is, zegt de casemanager dat is onderzocht of betrokkene betere zorg kan krijgen bij een zorgverlener die is gericht op verstandelijke beperkingen. Dit is niet het geval gebleken omdat de psychische component zodanig op de voorgrond treedt dat zorgverleners gericht op verstandelijke beperkingen betrokkene niet in zorg wilden nemen. Dit onderzoek heeft wel een paar jaar geleden plaatsgevonden. De casemanager staat ervoor open om dit de komende tijd opnieuw te gaan onderzoeken. Zij wenst wel te benadrukken dat het FACT ook voldoende is toegerust om cliënten met een verstandelijke beperking te behandelen. Wat de vormen van verplichte zorg betreft, zegt de casemanager dat er geen medische controles plaatsvinden omdat betrokkene daar niet voor openstaat.
4.2.
De casemanager van het FACT, de heer [persoon 2] , sluit zich aan bij het standpunt van mevrouw [persoon 1] . Hij voert ter aanvulling aan dat betrokkene altijd wel psychotische kenmerken vertoont, hetgeen zich vooral uit in achterdocht. Zonder medicatie decompenseert betrokkene en treedt zij volledig uit contact. De contactmomenten in het kader van de depotverstrekking zijn van groot belang om te monitoren hoe het met betrokkene gaat.
4.3.
De advocaat voert aan dat betrokkene betwist dat zij een psychische stoornis heeft. Betrokkene is het ook niet eens met de constatering dat zij zwakbegaafd zou zijn. Zij is van mening dat zij geen verplichte zorg nodig heeft. Daarom vraagt de advocaat primair het verzoek af te wijzen. Subsidiair verzoekt de advocaat om de zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. Uit de medische verklaring volgt dat er bij betrokkene, naast schizofrenie, sprake is van zwakbegaafdheid. Het is de advocaat onvoldoende duidelijk wat de bovenliggende stoornis is. De zorg die wordt ingezet moet aansluiten bij de situatie van betrokkene. De advocaat betwijfelt of betrokkene zich bewust verzet of dat zij mogelijk wordt overvraagd in de bejegening. De komende zes maanden moeten de casemanagers opnieuw onderzoeken wat de voorliggende problematiek is. De rechtbank kan dan toetsen of de zorg die wordt verleend passend is bij de zorgvraag van betrokkene. De advocaat geeft daarbij in overweging mee dat de Wet zorg en dwang (Wzd) ook mogelijkheden voor ambulante behandeling kent.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk paranoïde schizofrenie en een verstandelijke beperking en een laag sociaal emotioneel IQ.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene vanuit haar psychotisch toestandsbeeld, waarbij sprake is van auditieve en visuele hallucinaties, veel overlast veroorzaakt in haar woonomgeving. Ten tijde van een decompensatie kan betrokkene zich verbaal en fysiek dreigend opstellen naar medewerkers van het FACT-team en naar de politie. Betrokkene zorgt dan daarnaast voor veel overlast tegenover haar buren. Bovendien is betrokkene niet in staat om de zorg voor haar twee kinderen te dragen en te werken. Bij een psychotische decompensatie is ook sprake van zelfverwaarlozing en verwaarlozing van de woonomgeving.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat het betrokkene structureel ontbreekt aan ziektebesef. Zij ontkent een psychische stoornis te hebben. Betrokkene is daarnaast vanuit haar achterdocht sterk zorgmijdend en staat niet open voor contacten met het FACT-team. Zij ziet ook de noodzaak van medicatie niet in en geeft aan zonder verplicht kader direct te zullen stoppen. In het verleden is bovendien gebleken dat betrokkene haar medicatie niet consequent inneemt. Betrokkene is om die reden ingesteld op depotmedicatie. De eerste depotverstrekking heeft moeten plaatsvinden onder begeleiding van de politie. Gelet op het voorgaande is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.7.1.
De verzochte vorm van verplichte zorg ‘het verrichten van medische controles’ zal de rechtbank niet overnemen in de zorgmachtiging omdat de casemanager heeft aangegeven dat er geen medische controles plaatsvinden.
5.7.2.
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat onder ‘aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden. De rechtbank zal de zorgmachtiging niet in duur beperken, zoals subsidiair door de advocaat is verzocht. De casemanagers van het FACT hebben voldoende helder duidelijk gemaakt dat de psychische stoornis van betrokkene op de voorgrond staat. De behandeling is daarop ingestoken en de medicatie blijkt effectief te zijn. Bij overschakelen naar zorgverlening vanuit de Wzd zou betrokkene bovendien niet meer thuis kunnen blijven wonen, omdat de Wzd alleen de mogelijkheid van opname kent. Het voorgaande neemt echter niet weg dat het FACT zou kunnen onderzoeken of aanvullende zorg gericht op de verstandelijke beperking van betrokkene nodig is.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), wat inhoudt dat de volgende kunnen worden toegepast;
  • het toedienen van medicatie;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven onder rechtsoverweging 5.7.2;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 oktober 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier, en op schrift gesteld op 4 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.