De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1983. Betrokkene lijdt aan paranoïde schizofrenie en een verstandelijke beperking, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de zitting, die betrokkene niet bijwoonde ondanks correcte oproeping, werd vastgesteld dat vrijwillige zorg niet mogelijk is vanwege het ontbreken van ziektebesef en zorgmijding. De casemanagers van het FACT benadrukten het belang van verplichte medicatie via depot en het contactmoment voor monitoring. De advocaat van betrokkene betwistte de diagnose en vroeg afwijzing of een kortere duur van zes maanden.
De rechtbank oordeelde dat de psychische stoornis op de voorgrond staat en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging omvat het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder periodiek contact met het ambulant behandelteam. Medische controles zijn niet opgenomen omdat betrokkene hier niet voor openstaat.
De zorgmachtiging wordt verleend voor de gevraagde duur van twaalf maanden, met de kanttekening dat het FACT aanvullende zorg voor de verstandelijke beperking kan onderzoeken. Een overschakeling naar zorg op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd) is niet passend omdat dit opname vereist. De beschikking is mondeling gegeven op 21 oktober 2025 en schriftelijk op 4 november 2025.