ECLI:NL:RBZWB:2025:8011

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
C/02/440351 / FA RK 25-5041
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor twaalf maanden op grond van Wvggz

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 21 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

Betrokkene was eerder al onder zorgmachtiging geplaatst van 1 mei tot 1 november 2025. De officier van justitie verzocht verlenging met twaalf maanden, met verplichte zorgvormen zoals medicatietoediening en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Betrokkene erkende de noodzaak van de machtiging en werkte mee.

De casemanager bevestigde dat betrokkene stabiel is, maar kwetsbaar blijft en dat verplichte zorg noodzakelijk is om terugval te voorkomen, mede vanwege de zorg voor haar pasgeboren dochter. De rechtbank concludeerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar stoornis, dat vrijwillige zorg niet toereikend is, en dat de toegewezen zorgvormen proportioneel en effectief zijn.

De rechtbank wees de machtiging toe voor de gevraagde duur van twaalf maanden, met uitzondering van het toedienen van vocht en medische controles, die niet aannemelijk waren. De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd op 30 oktober 2025.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden met verplichte medicatietoediening en beperkingen in vrijheid ter stabilisatie van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440351 / FA RK 25-5041
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 oktober 2025;
  • het proces-verbaal van 16 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 16 oktober 2025 bij het kantoor van [accommodatie] te [plaats] . Hoewel betrokkene correct voor de zitting was opgeroepen, is zij niet verschenen. De rechtbank heeft de zaak daarom aangehouden tot 21 oktober 2025 om betrokkene de gelegenheid te geven alsnog te worden gehoord.
1.3.
Op 21 oktober 2025 heeft de rechtbank de zitting voortgezet op het thuisadres van betrokkene. Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de casemanager, [persoon] .
1.4.
Bij de zitting was ook de partner van betrokkene aanwezig. Hij is echter niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft op 1 mei 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 1 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
  • het toedienen van vocht;
  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene verklaart, samengevat, dat het goed met haar gaat. Zij krijgt eens per drie weken depotmedicatie en ervaart daarvan geen bijwerkingen. Hoewel betrokkene liever geen zorgmachtiging wil, begrijpt zij dat het nodig is als stok achter de deur. Betrokkene wil daar dan ook haar medewerking aan verlenen.
4.2.
De casemanager geeft, samengevat, aan dat het goed gaat met betrokkene. Zij is erg zorgzaam voor haar pasgeboren dochter en verzet zich niet tegen de medicatie. Betrokkene staat op dit moment ook in goed contact met de GGZ. Soms is het lastig om een afspraak met betrokkene te plannen, maar zij laat de zorgverleners altijd binnen en is open in het contact. De situatie is nog wel kwetsbaar. In het verleden is gebleken dat betrokkene het contact afhoudt als het minder goed met haar gaat. De zorgmachtiging is nodig om deze positieve ontwikkeling vast te houden.
Wat de vormen van verplichte zorg betreft, voert de casemanager aan dat er geen medische controles plaatsvinden. Betrokkene wil dat niet en de GGZ accepteert dat.
4.3.
De advocaat van betrokkene vraagt het verzoek toe te wijzen. Betrokkene wil liever geen zorgmachtiging, maar realiseert zich dat haar situatie zeer zorgelijk was. Zij stemt daarom in met de zorgmachtiging om de stabiliteit, die zij nu ervaart, vast te houden.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.4.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. In het verleden is betrokkene gekend met meerdere psychotische episodes waarbij sprake was van betrekkingsideeën en akoestische hallucinaties. Dit heeft geleid tot ernstige verwaarlozing van zichzelf en haar dochter. Betrokkene was ten tijde van de aanvraag van de eerste zorgmachtiging zwanger en is met een zorgmachtiging opgenomen in het ziekenhuis waar ze bevallen is. In geval van een psychotische decompensatie is betrokkene zorgmijdend en gedesorganiseerd. Bovendien bestaat het risico dat betrokkene hulpverlening afhoudt en bestaat gevaar voor maatschappelijke teloorgang voor haarzelf en haar pasgeboren dochter.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Op dit moment verleent betrokkene haar medewerking aan de zorg en neemt zij zonder verzet haar medicatie aan. Er is sprake van herstel, maar de situatie van betrokkene is nog kwetsbaar. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. In het verleden is gebleken dat betrokkene bij een decompensatie ambivalent is in het accepteren van zorg. Zij houdt dan het contact met de GGZ af en neemt haar medicatie niet meer in. Verplichte zorg is nodig om een terugval te voorkomen en de positieve ontwikkeling vast te houden. Ook het feit dat betrokkene een pasgeboren dochter heeft, maakt dat een terugval te allen tijde voorkomen dient te worden. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn;
  • het toedienen van medicatie;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen
gegeven aanwijzingen opvolgt.
5.7.1.
De verzochte vormen van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht’ en ‘het verrichten van medische controles’ zal de rechtbank niet overnemen in de zorgmachtiging omdat niet aannemelijk is geworden dat deze vormen van verplichte zorg toegepast gaan worden.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast:
  • het toedienen van medicatie;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 oktober 2026;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 door mr. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. Van der Linde, griffier, en op schrift gesteld op 30 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.