Uitspraak
[huurder],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder huurt sinds oktober 2017 een woning en heeft een huurachterstand opgebouwd. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand inclusief rente en incassokosten. De huurder staat onder bewind, waarbij de huidige bewindvoerder de procedure voert.
De rechtbank stelt vast dat de huurachterstand van €2.237,30 juist is en toewijsbaar. Hoewel een huurachterstand van drie maanden normaal gesproken ontbinding rechtvaardigt, weegt de rechtbank de omstandigheden mee. De achterstand is deels ontstaan door toedoen van de vorige bewindvoerder, de lopende huur wordt inmiddels betaald en de huurder heeft omgang met een minderjarig kind in de woning.
Gezien deze belangen en de verwachting dat de huurachterstand wordt ingelopen, wijst de rechtbank de ontbinding en ontruiming af. De gevorderde rente en incassokosten worden afgewezen omdat de verhuurder de toepasselijke algemene voorwaarden niet heeft overgelegd. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en de proceskosten.
Uitkomst: De huurachterstand wordt toegewezen, maar de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning worden afgewezen.