ECLI:NL:RBZWB:2025:8065

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
C/02/441220 / FA RK 25-5480
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting inbewaringstelling wegens psychogeriatrische aandoening en ernstig nadeel

Betrokkene verblijft sinds 24 oktober 2025 in een zorgaccommodatie op grond van een inbewaringstelling door de burgemeester van Breda. Het Centrum Indicatiestelling Zorg verzoekt om voortzetting van deze maatregel voor zes weken.

Tijdens de zitting, gehouden op 30 oktober 2025, zijn betrokkene, haar advocaat, een specialist ouderengeneeskunde, een verpleegkundige en haar dochter gehoord. Betrokkene stelt zich zelfstandig te kunnen redden en wil terug naar huis. De medisch specialisten rapporteren echter dat betrokkene lijdt aan dementie, verward is, medicatie vergeet, dwaalt en niet zelfstandig kan functioneren. De dochter bevestigt wanen en verwardheid.

De rechtbank oordeelt dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door psychogeriatrische aandoening, waaronder ernstige psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend tot en met 11 december 2025.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens dreigend ernstig nadeel door dementie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441220 / FA RK 25-5480
Datum uitspraak: 30 oktober 2025
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [accommodatie] , [plaats 2] , [afdeling] ,
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025, in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevr. [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
- mevr. [persoon 2] , verpleegkundige;
- mevr. [persoon 3] , dochter van betrokkene.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de accommodatie van [accommodatie] , [plaats 2] , [afdeling] . De burgemeester van Breda heeft de inbewaringstelling op 24 oktober 2025 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij zich niet op haar gemak voelt. Betrokkene verklaart dat zij in de thuissituatie altijd alles zelf heeft gedaan en dat zij geen noemenswaardige moeilijkheden heeft ervaren. Ook kan zij zelfstandig wonen en, indien nodig, hulp inschakelen via [accommodatie] , die volgens haar snel beschikbaar is.
4.2.
De specialist ouderengeneeskunde verklaart, samengevat, dat het beter gaat met betrokkene, maar dat zij steeds meer zorg en begeleiding nodig heeft. Er is nog sprake van enige verwardheid, die weliswaar is verminderd, maar zorg blijft noodzakelijk. Daarnaast kan betrokkene niet zelfstandig functioneren en zij heeft continue begeleiding nodig. Volgens de specialist heeft de setting met 24-uurszorg een positief effect op het functioneren van betrokkene. Echter wordt er geen andere, minder ingrijpende mogelijkheid gezien met betrekking tot het inzetten van zorg. Thuis verwaarloosde betrokkene zichzelf en nam zij haar medicatie niet goed in.
4.3.
De verpleegkundige sluit zich aan bij de verklaring van de specialist ouderengeneeskunde en voegt daaraan toe dat betrokkene ’s nachts vaak dwaalt. Ook trekt zij regelmatig dezelfde kleding aan als de dag ervoor en herkent zij het verschil niet meer.
4.4.
De dochter van betrokkene brengt, samengevat, het volgende naar voren. Voorheen herstelde betrokkene na een delier, maar de periodes waarin zij herstelt worden steeds korter. Betrokkene heeft wanen, ziet beestjes die er niet zijn en grijpt steeds vaker terug naar gebeurtenissen uit het verleden. Volgens de dochter is betrokkene duidelijk in de war.
4.5.
De advocaat voert, samengevat, aan dat het verzoek dient te worden afgewezen. Betrokkene erkent dat zij soms dingen vergeet, maar stelt dat er geen sprake is van dementie. Zij geeft aan thuis goed voor zichzelf te kunnen zorgen, waarbij de hulp eventueel kan worden uitgebreid. Betrokkene voelt zich niet thuis binnen de huidige instelling en kent de mensen daar niet, wat voor haar een belangrijke reden is om terug te willen naar huis.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, blijkt dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening. De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene lijdt aan dementie. Gebleken is dat betrokkene haar medicatie vergeet en dat zij moeite heeft met de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Daarnaast dwaalt betrokkene ook, waardoor er tevens sprake is van maatschappelijke teloorgang. Tot slot is het steunsysteem overbelast en is thuis blijven wonen niet meer haalbaar.
5.4.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. De rechtbank betrekt hierbij dat betrokkene, hoewel zij op dit moment de geboden zorg accepteert, in onrustige momenten aangeeft dat zij wil terugkeren naar huis.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 december 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 13 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.