ECLI:NL:RBZWB:2025:8069

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
C/02/440836 / FA RK 25-5274
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Willemsen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:1 WvggzArt. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychische stoornis en complexe zorgbehoefte

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 oktober 2025 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging aan betrokkene, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, gecombineerd met een licht verstandelijke beperking. Betrokkene verblijft momenteel in een zorgaccommodatie en is onder mentorschap gesteld.

Tijdens de zitting was betrokkene niet bereid zich te laten horen, waarna de behandeling buiten zijn aanwezigheid werd voortgezet. De psychiater en moeder van betrokkene gaven aan dat vrijwillige zorg niet haalbaar is vanwege zijn sterke gerichtheid op autonomie en stress bij opname. Bij medicatiestaking dreigt ernstige psychische decompensatie met suïcidaal gedrag en maatschappelijke overlast.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis en dat verplichte zorg noodzakelijk is om dit te voorkomen. De toegewezen zorgvormen omvatten medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie, waarbij opname en bewegingsbeperking alleen bij decompensatie mogen worden toegepast.

De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, met het oog op nader onderzoek naar passende zorg- en woonvormen. Het verzoek tot een machtiging voor twee jaar wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor betrokkene met psychische stoornis en complexe zorgbehoefte.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440836 / FA RK 25-5274
Datum uitspraak: 30 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] ,
advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda.
De rechtbank merkt als belanghebbende in deze procedure aan:
[mentor] ,werkzaam bij [organisatie 1] , als mentor over betrokkene, hierna te noemen: de mentor.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 14 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon 1] , psychiater;
  • [persoon 2] , moeder van betrokkene.
1.3.
Uit artikel 6:1 Wvggz Pro, eerste lid volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen.
1.4.
Bij aanvang van de mondelinge behandeling constateert de rechter dat betrokkene niet aanwezig is. Gelet hierop is de rechter samen met de advocaat naar zijn kamer gelopen. Daar heeft betrokkene duidelijk aangegeven dat hij niet in gesprek wil.
1.5.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene niet bereid is om zich te doen horen. De rechtbank heeft de mondelinge behandeling van het verzoek daarom buiten aanwezigheid van betrokkene voortgezet.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 29 november 2025. Betrokkene verblijft met deze machtiging in voormelde accommodatie.
2.2.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twee jaren.

4.De standpunten

4.1.
De psychiater verklaart dat de problematiek bij betrokkene al langere tijd speelt en dat hij intensieve zorg nodig heeft. Er zijn aanwijzingen dat hij kampt met een licht verstandelijke beperking, waardoor zijn functioneren complex is. Daarnaast is vrijwillige zorg niet haalbaar, aangezien betrokkene sterk op zijn autonomie is gericht en hij stress ervaart bij veranderingen of een opname. De psychiater acht een zorgmachtiging noodzakelijk om te kunnen ingrijpen bij een terugval of wanneer hij weigert om zijn medicatie (trouw) in te nemen. Wanneer betrokkene zijn medicatie niet (trouw) inneemt, zal betrokkene psychisch decompenseren, wat zal leiden tot ernstig nadeel. Een opname moet dan ook zorgvuldig worden afgewogen, gezien zijn kwetsbaarheid. De psychiater acht een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden passend, om vervolgens te beoordelen welke vorm(en) van zorg en welke verblijfplaats op de langere termijn haalbaar zijn.
4.2.
De moeder van betrokkene bevestigt de verklaring van de psychiater en geeft aan dat betrokkene één-op-één-zorg nodig heeft, zoals hem in [plaats 2] , bij een andere accommodatie, wel kon worden geboden. De moeder verklaart dat betrokkene extreem veel rookt, soms tot wel zestig sigaretten per dag, en dat hij regelmatig buiten om geld bedelt. Daarnaast is betrokkene achterdochtig; zo vertrouwde hij recent zijn medicatie niet meer nadat de verpakking was veranderd.
4.3.
De advocaat verklaart eveneens een achteruitgang in het functioneren van betrokkene te zien. Er wordt momenteel gezocht naar een passende woonvoorziening, waarschijnlijk een woning waarvoor een rechterlijke machtiging noodzakelijk zal zijn. De advocaat geeft aan dat zij het een en ander met betrokkene heeft besproken, maar dat betrokkene weinig betrokkenheid toonde bij het gesprek. De advocaat sluit zich aan bij het standpunt van de psychiater en acht het verlenen van een zorgmachtiging voor de duur van zes maanden passend, om vervolgens te kunnen beoordelen welke woon- en zorgvorm(en) het meest passend zijn voor betrokkene.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gelet op de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en/of neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen). De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene zijn medicatie staakt, met als gevolg dat hij psychotisch decompenseert. Tijdens een psychotische ontregeling toont betrokkene suïcidaal gedrag. Zo hebben de politie en de moeder van betrokkene hem al meermaals moeten weerhouden om te springen. Daarnaast verblijft betrokkene op zijn eigen, sterk vervuilde kamer. Op de grond bevindt zich zijn matras omringt met talloze lege blikjes energydrank. Ook zorgt betrokkene voor overlast in de buurt; hij urineert op allerlei plaatsen in de openbare ruimte en bedelt voor geld. Tot slot heeft betrokkene zeer veel directe aansturing nodig bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Daarom is betrokkene al geruime tijd geleden aangemeld bij [organisatie 2] voor een woonplek, waar hem meer nabijheid geboden kan worden.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene nu geen verzet vertoont tegen het innemen van zijn medicatie, is in het verleden gebleken dat betrokkene zijn medicatie niet altijd (trouw) inneemt. Als gevolg daarvan decompenseert betrokkene psychisch, waarbij hij suïcidaal gedrag vertoont. Gelet hierop heeft de rechtbank er onvoldoende vertrouwen in dat er met betrokkene afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader, met name wanneer een psychische decompensatie dreigt. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat de verplichte zorgvormen ‘beperken van de bewegingsvrijheid en opname alleen mogen worden toegepast, indien er bij betrokkene sprake is van decompensatie en behandeling binnen de opname van deze accommodatie niet meer mogelijk is.
5.9.
Daarnaast zal de rechtbank op grond van artikel 6:4, tweede lid Wvggz ambtshalve als verplichte zorg in de zorgmachtiging opnemen:
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen.
5.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.11.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.12.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. De rechter heeft een termijn van zes maanden vastgesteld, omdat zij dit een redelijk termijn acht, aangezien eerst moet worden onderzocht welke hulp passend is voor betrokkene. Het verzoek zal voor het overige worden afgewezen.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. 5.8 en 5.9. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 april 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 13 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.