Op 26 juli 2025 vond een incident plaats bij een asielzoekerscentrum waarbij verdachte een driejarig meisje seksueel betastte door met zijn handen over haar rug en billen te wrijven. Dit werd door drie onafhankelijke getuigen bevestigd, die de gedragingen als betrouwbaar en consistent beschreven.
De rechtbank oordeelde dat het aanraken van de rug en billen van een jong kind onder deze omstandigheden als seksuele handelingen kwalificeert en daarmee als een seksueel misdrijf. Verdachte ontkende de feiten, maar zijn verweer werd verworpen vanwege de geloofwaardigheid van de verklaringen.
Verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht vanwege een psychotische stoornis en posttraumatische stressstoornis, vastgesteld via een NIFP-traject. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 14 dagen op, met aftrek van voorarrest, en kondigde een zorgmachtiging aan voor zes maanden.
De rechtbank sprak verdachte vrij van wat meer of anders was ten laste gelegd en verklaarde hem strafbaar voor het bewezen verklaarde feit. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.