ECLI:NL:RBZWB:2025:8096

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
C/02/434172 / HA ZA 25-205 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Goedegebuur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis aansprakelijkheid onderaannemer en toewijzing vordering in vrijwaring

In deze civiele bodemprocedure heeft eiser een vordering in vrijwaring ingesteld tegen gedaagde, een onderaannemer, die niet is verschenen. De rechtbank verleende verstek en behandelde de vordering gelijktijdig met de hoofdzaak.

De rechtbank oordeelde dat de vordering in vrijwaring niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hetgeen eiser in de hoofdzaak aan derden is verschuldigd, alsmede tot betaling van de proceskosten, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierecht, salaris advocaat en nakosten.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de proceskosten indien niet tijdig voldaan wordt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en bevat een veroordeling tot een extra bedrag bij niet-tijdige betaling na betekening.

Uitkomst: Gedaagde wordt bij verstek veroordeeld tot betaling van de vordering in vrijwaring, proceskosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/434172 / HA ZA 25-205
Vonnis van 19 november 2025
in de zaak van
[eiser] ,h.o.d.n.
[handelsnaam 1],
te [plaats] ,
eiser,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. J.M. van Gool,
tegen
[gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam 2] ,
te [plaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Op 28 oktober 2024 is door [naam] c.s. een dagvaarding uitgebracht tegen [eiser] . Die procedure is bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer C/02/428252 / HA ZA 24-610 (hierna: de hoofdzaak). Op 5 maart 2025 is een vonnis in incident gewezen in de hoofdzaak, waarin [eiser] toegestaan is om [gedaagde] in vrijwaring op te roepen.
1.2.
[eiser] heeft op 4 april 2025 een dagvaarding in vrijwaring met 15 producties uitgebracht tegen [gedaagde] .
1.3.
[gedaagde] is in deze procedure niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend.
1.4.
Bij vonnis van 14 mei 2025 is bepaald dat in de hoofdzaak en deze vrijwaringszaak gelijktijdig vonnis zal worden gewezen.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
2.2.
De vordering in vrijwaring wordt bij verstek en gelijktijdig met de veroordeling in de hoofdzaak toegewezen omdat deze vordering de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
2.3.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,21
- griffierecht
- salaris advocaat
786,00
(1 punten × € 786,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.084,21
2.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen datgene waartoe [eiser] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [naam] c.s. is veroordeeld in randnummers 6.1 tot en met 6.6 van het vonnis van deze datum in de hoofdzaak,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.084,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet hij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan.
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.