ECLI:NL:RBZWB:2025:8099
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op tegemoetkoming leerlingenvervoer wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor leerlingenvervoer voor haar dochter voor het schooljaar 2024/2025, welke door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg is afgewezen op grond van het afstandscriterium en het feit dat de school niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is. Na bezwaar heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard en het beroep van eiseres bij de rechtbank is eveneens afgewezen.
De kern van het geschil betreft de vraag of het college de hardheidsclausule uit de Verordening leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2020 had moeten toepassen. Eiseres stelt dat haar situatie zich onderscheidt doordat haar dochters naar verschillende scholen gaan die gelijktijdig beginnen, zij geen sociaal netwerk heeft, een bijstandsuitkering ontvangt en geen recht heeft op kinderopvangtoeslag, terwijl de vader niet voldoende kan bijdragen.
De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden, ook in combinatie, onvoldoende zijn om af te wijken van de hoofdregel dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer. Dit oordeel sluit aan bij eerdere uitspraken, waaronder van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit tot afwijzing van het leerlingenvervoer in stand blijft. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag leerlingenvervoer wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.