Uitspraak
1.Het procesverloop
- de in deze zaak gegeven beschikking van 20 augustus 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- het rapport en advies van 30 september 2025 van de bijzondere curator;
- het F9-formulier van 10 oktober 2025 van mr. Joosen;
- het op 10 oktober 2025 namens de vrouw ingediende verweerschrift.
2.De (nadere) beoordeling
- [minderjarige] is geboren op [geboortedag 1] 2020.
- Op 15 juli 2020 is [minderjarige] , die op dat moment nog niet geboren was, door de juridische vader erkend met toestemming van de vrouw. Dit blijkt uit de overgelegde akte latere vermelding betreffende erkenning van 16 november 2020.
- Uit voormelde akte blijkt dat bij de erkenning is gekozen voor de geslachtsnaam van de juridische vader, te weten “ [de juridische vader] ”.
- Uit het uittreksel van [minderjarige] uit het gezagsregister blijkt dat de vrouw en de juridische vader op 8 december 2020 in het gezagsregister hebben laten aantekenen dat zij vanaf dat moment gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige] uitoefenen. Deze situatie is nadien niet gewijzigd, waardoor de vrouw en de juridische vader nog steeds gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
- De man, de vrouw, de juridische vader en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
- door het kind zelf, tenzij de erkenning tijdens zijn meerderjarigheid heeft plaatsgevonden;
- door de erkenner, indien hij door bedreiging, dwaling, bedrog of, tijdens zijn minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden daartoe is bewogen;
- door de moeder, indien zij door bedreiging, dwaling, bedrog, of tijdens haar minderjarigheid, door misbruik van omstandigheden bewogen is toestemming tot de erkenning te geven.
- “strikte maatstaf”: dit gaat over het geval waarin de verwekker om vervangende toestemming heeft kunnen verzoeken, maar dit heeft nagelaten. In dit geval kan de verwekker met een beroep op misbruik van bevoegdheid de met toestemming van de moeder gedane erkenning van de minderjarige door een ander aantasten, indien deze toestemming is gegeven met alleen het oogmerk de belangen van de verwekker te schaden;
- “minder strikte maatstaf”: dit gaat over het geval waarin de verwekker niet of niet tijdig om vervangende toestemming heeft kunnen vragen. In dit geval moet de maatstaf worden gehanteerd of de moeder, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen de belangen van de verwekker bij erkenning en de daartegenover staande belangen van de moeder, telkens in verband met de belangen van het kind, in redelijkheid tot het verlenen van toestemming aan de andere man heeft kunnen komen.
3.De beslissing
vooralsnogten laste komen van 's-Rijks kas;
dinsdag 24 februari 2026 PRO FORMA, met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen;
- door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.