ECLI:NL:RBZWB:2025:8150

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
C/02/440964 / FA RK 25-5341
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 oktober 2025 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die lijdt aan een schizofreniespectrumstoornis met symptomen zoals achterdocht- en grootheidswanen. Betrokkene verblijft klinisch op een gesloten afdeling en ervaart het verblijf overwegend positief, maar uit ook onvrede en weigert vrijwillige medicatie.

De zorgmachtiging is aangevraagd door de officier van justitie voor een periode van 24 maanden, met het verzoek tot verplichte zorgvormen waaronder medicatietoediening, medische controles, opname, bewegingsvrijheidsbeperking en beperkingen in het eigen leven. De rechtbank oordeelt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank stelt vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene de noodzaak van medicatie niet inziet en zijn leven niet door anderen wil laten bepalen. De toegewezen zorgvormen zijn proportioneel en noodzakelijk om stabilisatie en veiligheid te waarborgen. Het verzoek wordt grotendeels toegewezen, met uitzondering van enkele zorgvormen waarvoor geen noodzaak is vastgesteld.

De machtiging geldt tot 28 oktober 2027 en biedt een wettelijk kader voor verplichte zorg en opname, met als doel het welzijn van betrokkene en zijn omgeving te beschermen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg en opname voor een periode van 24 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440964 / FA RK 25-5341
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1952 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats] ,
verblijvende te [accommodatie] , ( [afdeling] ),
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon 1] , persoonlijk begeleidster;
  • [persoon 2] , verpleegkundig specialist;
  • [persoon 3] , verpleegkundig specialist in opleiding.
1.3.
De officier is, zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek, niet op de mondelinge behandeling verschenen en is dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 19 december 2025.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van vierentwintig maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Op de vraag van de behandelend rechter hoe het met hem gaat antwoordt betrokkene “ik voel mij goed”. Ook laat hij blijken dat hij vindt dat er in het woonzorgcomplex goed voor hem wordt gezorgd. Op de vraag aan betrokkene of hij er ook achter kan staan dat hij langer verplicht opgenomen blijft geeft betrokkene aan “dat is niet prima”.
4.2.
De verpleegkundig specialist brengt naar voren dat bij betrokkene een schizofreniespectrumstoornis is gediagnosticeerd die bij betrokkene tot uiting komt in de vorm van achterdocht- en grootheidswanen. Betrokkene verblijft gedurende een aantal jaren in het kader van een klinische opname op een gesloten afdeling. Gedurende het laatste jaar wordt gezien dat betrokkene zijn verblijf overwegend als positief ervaart, maar dat hij ook momenten kent, waarop hij daarover duidelijk zijn onvrede laat blijken. Ook werkt betrokkene mee aan toediening van de hem voorgeschreven depotmedicatie, maar alleen omdat er daaraan een verplicht kader ten grondslag ligt; zelf vindt hij dat er met hem niets aan de hand is. Betrokkene heeft ook behoefte aan een vaste structuur en ondersteuning bij zijn zelfverzorging. Hij accepteert weliswaar die zorg, maar uitsluitend met ondersteuning binnen een gestructureerd kader. Van belang is dat betrokkene ook daaraan consequent blijft meewerken om ervoor te zorgen dat er (bezoek)contacten tussen hem en zijn familie kunnen blijven plaats vinden. Zij ondersteunt daarom het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging.
4.3.
De verpleegkundig specialist in opleiding sluit zich aan bij al wat er door de verpleegkundig specialist naar voren is gebracht. Aanvullend merkt zij op dat betrokkene soms momenten kent, waarop hij zich naar het zorg- en behandelend personeel fysiek agressief gedraagt. Er wordt op die momenten gehandeld volgens een plan van aanpak, waarin is beschreven hoe betrokkene op die momenten dient te worden benaderd om de noodzakelijke zorg en behandeling te kunnen (blijven) bieden. Een verplicht kader acht zij tevens nodig om ervoor te zorgen dat betrokkene aan de dagactiviteiten blijft deelnemen. Zij ondersteunt daarom eveneens het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging. Naar verwachting zal de toestand van betrokkene in de toekomst niet verbeteren. Gelet daarop kan zij achter een zorgmachtiging staan voor een periode van vierentwintig maanden, als verzocht. Daarmee wordt aan betrokkene ook meer rust en houvast geboden. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt zij het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid, het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het opnemen in een accommodatie.
4.4.
De persoonlijk begeleidster onderschrijft al wat er door de verpleegkundig specialist en door de verpleegkundig specialist in opleiding naar voren is gebracht.
4.5.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij al langere tijd bekend is met de situatie en achtergrond van zijn cliënt. Uit het voorgesprek met betrokkene heeft hij op kunnen maken dat hij in het woonzorg complex niets tekort komt en dat, vergeleken met eerdere jaren, het goed met hem gaat. Naast dat betrokkene het graag heeft over politiek en over zijn favoriete gitarist is hij erg op zijn vrijheid gesteld. Ook laat hij blijken liever niet in het woonzorgcomplex te willen zijn. Dit laatste zorgt ervoor dat hij regelmatig plannen maakt voor het ondernemen van activiteiten buiten het complex. Rekening houdend met zijn psychisch ziektebeeld rijst de vraag hoe reëel deze plannen zijn. Het is voor betrokkene van belang dat, nu het goed met hem gaat, er alles aan wordt gedaan om die situatie te handhaven. Als zijn raadsman wenst hij zich met deze toelichting ten aanzien van het verzoek te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
5.3.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat gebleken is van de behoefte bij betrokkene aan zorg en ondersteuning ten aanzien van zijn zelfverzorging, onder meer wegens beperkte mobiliteit en incontinentie en daarnaast om ervoor te zorgen dat hij de hem voorgeschreven medicatie consequent krijgt toegediend, hij aan de dagactiviteiten blijft deelnemen en hij zijn familie kan blijven bezoeken. Gebleken is bij eerdere pogingen om de medicatie af te bouwen dat dit resulteerde in toenemende psychotische ontregeling, waarbij betrokkene agressief was en hij zich onttrok aan de benodigde zorg. Ook nu kent betrokkene momenten, waarop hij zich aan de noodzakelijke zorg onttrekt en hij daarbij soms ook agressief gedrag naar het zorg- en behandelend personeel laat zien, waardoor er andere meer ingrijpende maatregelen moeten worden toegepast om hem de hiervóór beschreven zorg en ondersteuning te kunnen (blijven) bieden.
5.5.
Betrokkene laat blijken dat hij niet wil dat anderen zijn leven bepalen. Ook ziet hij niet in dat hij medicatie nodig heeft in verband met zijn psychische stoornis. Daarvan uitgaande is de rechtbank van oordeel dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, nu voor het afgeven van een machtiging in zoverre geen noodzaak bestaat.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank onder toepassing van artikel 6:5, sub c, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg een zorgmachtiging verlenen voor de duur van vierentwintig maanden, als verzocht.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1952 in [geboorteplaats] ,
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 oktober 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. Govaers, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 11 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.