ECLI:NL:RBZWB:2025:8152

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
C/02/441217 / FA RK 25/5478
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Govaers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting crisismaatregel op grond van Wvggz wegens manisch-psychotische ontregeling

Betrokkene is met een crisismaatregel opgenomen in een GGZ-instelling na een manisch-psychotische ontregeling waarbij zij agressief gedrag vertoonde en zorgelijke uitspraken deed. De burgemeester van Tilburg had de crisismaatregel genomen op 26 oktober 2025. De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken met verschillende zorgvormen, waaronder medicatietoediening en bewegingsbeperking.

Tijdens de zitting, die deels in het Nederlands en Engels werd gevoerd, gaf betrokkene aan zich depressief en eenzaam te voelen en wilde zij niet langer klinisch opgenomen blijven. Haar advocaat stelde dat er geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer was en dat betrokkene bereid was vrijwillig mee te werken aan behandeling. De verpleegkundig specialist en verpleegkundige benadrukten het risico op herhaling van ernstig nadeel door de psychische stoornis en het agressieve gedrag.

De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een ernstig en onmiddellijk dreigend nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, dat niet kan worden afgewacht tot de zorgmachtigingprocedure. De noodzakelijke zorgvormen werden beperkt tot medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en opname. Minder bezwarende alternatieven ontbraken en de zorg werd als evenredig en effectief beoordeeld.

De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot en met 18 november 2025 en wees het overige verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken wegens dreigend ernstig nadeel door een psychische stoornis.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441217 / FA RK 25/5478
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende [adres] ,
verblijvende te [accommodatie] ,
advocaat mr. J. van Rooijen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene;
  • de advocaat van betrokkene via een telefonische verbinding;
  • [persoon 1] , verpleegkundig specialist in opleiding;
  • [persoon 2] , verpleegkundige.
1.3.
De officier is, zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek, niet op de mondelinge behandeling verschenen en is dus ook niet gehoord.
1.4
Met instemming van betrokkene, haar advocaat en haar behandelaar geschiedt de
mondelinge behandeling ter zitting wisselend in de Nederlandse - en Engelse taal.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 26 oktober 2025 genomen.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),voor de duur van drie weken te verlenen voor de navolgende zorgvormen:
  • toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die
tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het
gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene merkt op dat zij zich in de GGZ instelling momenteel depressief en eenzaam voelt. Zij werkt mee aan de medicatie toediening, maar die zorgt ervoor dat zij zich alleen maar slechter gaat voelen. Zij wil deze medicatie liever niet meer nemen, ook omdat zij niet weet wat die met haar doet. Zij heeft veel ingrijpende gebeurtenissen achter de rug, waaronder een overlijden binnen haar familie en meerdere verhuizingen. Ook verkeert zij al geruime tijd gevoelsmatig in een crisis. In Polen stond zij onder psychiatrische behandeling wegens nervositeit. Op de opmerking van de verpleegkundig specialist in opleiding dat zij vanochtend agressief gedrag zou hebben vertoond geeft betrokkene aan dat dit te maken had met het gezelschap waarin zij zich toen bevond. Ook had zij te weinig rust gehad. Ten slotte geeft betrokkene aan dat zij haar behandelaar niet vertrouwt en dat de behandelomgeving binnen de GGZ instelling voor haar niet geschikt is om te herstellen, daarom wil zij niet langer klinisch opgenomen blijven.
4.2.
De verpleegkundig specialist in opleiding brengt naar voren dat betrokkene in manisch-psychotisch ontregelde toestand crisis is opgenomen, nadat zij thuis huisraad door het raam naar buiten had gegooid. Ook sprak betrokkene uit, gehurkt zittend in de opening van het raam, dat zij dood wilde. Pogingen van haar partner om voor betrokkene hulp en ondersteuning te regelen hadden geen resultaat, omdat betrokkene die hulp afhield. Bij opname liet betrokkene fors agressief gedrag zien, zodanig dat holding moest worden toegepast. Ook vertelde zij vreemde, onsamenhangende verhalen en leek zij, wanneer er aan haar vragen werden gesteld, de waarheid te willen omzeilen. Daarnaast beschouwt hij het als opmerkelijk dat betrokkene weigert gesprekken in de Poolse taal te voeren. Daarbij komt dat betrokkene gisteren een terugval kende in recalcitrant en geagiteerd gedrag. Zij gaf duidelijk aan niet langer in de GGZ instelling te willen verblijven, waarbij er door haar werd geschreeuwd, met deuren werd gesmeten en de badkamer onder water werd gezet. Ook liet betrokkene vanochtend nog agressief gedrag zien naar zorgverleners. Over de oorzaak en achtergrond van het toestandsbeeld waarin betrokkene is geraakt en zij zich nog steeds bevindt zijn niet of nauwelijks gegevens voorhanden. Er worden daarin kenmerken gezien mogelijk duidend op een middelen gerelateerde psychose. Hij hoopt/verwacht dat een gesprek met de behandelend psychiater van betrokkene in Polen, van wie hij inmiddels de contactgegevens heeft, daarover meer helderheid zal geven. Betrokkene krijgt momenteel rust gevende medicatie toegediend. Afhankelijk van de bevindingen uit nadere observatie en diagnostisch onderzoek en de gegevens van de behandelaar in Polen zal nader worden bekeken of kan worden overgegaan tot toediening van andere medicatie, zoals anti psychotica. Voortgezette verplichte zorg acht hij op dit moment noodzakelijk. Er is volgens hem een zeer reële kans, in geval van een beëindiging van de klinische opname op dit moment, op herhaling van het gedrag van betrokkene en van daardoor veroorzaakt ernstig nadeel, als hiervóór omschreven. Ook is deze zorg uit behandeloogpunt en verdere diagnostiek nodig. Hij staat daarom achter het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging. Als de op dit moment noodzakelijke zorgvormen benoemt hij het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten en opname in een accommodatie.
4.3.
De verpleegkundige sluit zich aan bij wat door de verpleegkundig specialist in opleiding naar voren is gebracht. Uit een gesprek met betrokkene heeft zij kunnen opmaken dat zij in elk geval vroeger middelen heeft gebruikt. Ook sluit zij niet uit op basis van dit gesprek dat werkstress (mede) de oorzaak is van de toestand waarin betrokkene is geraakt.
4.4.
De advocaat van betrokkene voert aan dat betrokkene duidelijk is in haar standpunt. Zij wil niet langer in de GGZ instelling blijven. Ook vindt zij dat er geen sprake (meer) is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Zij wil terug naar haar partner en naar haar woning in Nederland, dus niet naar Polen. Betrokkene geeft ook aan dat zij in staat en bereid is om met haar behandelaar afspraken te maken en aan de nog noodzakelijke behandeling, waaronder medicatie toediening, in een vrijwillig kader te blijven meewerken. Er is daarom geen reden voor een voortzetting van de crisismaatregel. Dit maakt dat hij zich namens betrokkene op het standpunt stelt dat het verzoek moet worden afgewezen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voortzetting crisismaatregel. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel
  • ernstige materiële schade
  • maatschappelijke teloorgang
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen
oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
5.3.
Ook blijkt naar het oordeel van de rechtbank van het vermoeden dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en bipolaire stemmings-stoornissen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene in manisch-psychotisch ontregelde toestand crisis is opgenomen, nadat zij thuis huisraad door het raam naar buiten had gegooid en zij zorgelijke uitspraken had gedaan over dat zij dood wilde. Uit de mondelinge toelichting van haar behandelaar blijkt dat sinds de klinische opname het toestandsbeeld van betrokkene nog onvoldoende is opgeklaard. In dat verband heeft hij benoemd dat betrokkene zeer recent nog een terugval in recalcitrant en geagiteerd gedrag heeft gekend, waarbij zij agressief gedrag naar materialen heeft vertoond. Tevens heeft zij vanochtend naar zorgpersoneel agressief gedrag laten zien. Ook is er op dit moment nog veel onduidelijkheid over de exacte oorzaak en achtergrond van de toestand, waarin betrokkene is geraakt. Nadere observatie, diagnostisch onderzoek en door haar behandelaar in Polen nog te verstrekken gegevens zullen daarover naar verwachting meer duidelijkheid kunnen bieden.
5.4.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
  • het toedienen van medicatie,
  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • insluiten;
  • opnemen in een accommodatie.
Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, nu voor het afgeven van een machtiging in zoverre geen noodzaak bestaat.
5.6.
Betrokkene stelt zich op het standpunt dat er geen sprake meer is van ernstig nadeel en dat de nog noodzakelijke zorg en behandeling ambulant en in een vrijwillig kader kan worden geboden. Daarvan uitgaande dient de rechtbank het ervoor te houden dat bij betrokkene geen of althans onvoldoende intrinsieke motivatie aanwezig is om aan de klinische zorg, die volgens haar behandelaar op dit moment nog noodzakelijk is ter afwending dan wel het voorkomen van herhaling van het hiervóór beschreven ernstig nadeel, te (blijven) meewerken indien er van een vrijwillig kader sprake is.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.8.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verlenen voor de verzochte duur van drie weken.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd in rechtsoverweging 5.5 kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2025;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025 door mr. Govaers, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 11 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.