Betrokkene is met een crisismaatregel opgenomen in een GGZ-instelling na een manisch-psychotische ontregeling waarbij zij agressief gedrag vertoonde en zorgelijke uitspraken deed. De burgemeester van Tilburg had de crisismaatregel genomen op 26 oktober 2025. De officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze maatregel voor drie weken met verschillende zorgvormen, waaronder medicatietoediening en bewegingsbeperking.
Tijdens de zitting, die deels in het Nederlands en Engels werd gevoerd, gaf betrokkene aan zich depressief en eenzaam te voelen en wilde zij niet langer klinisch opgenomen blijven. Haar advocaat stelde dat er geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel meer was en dat betrokkene bereid was vrijwillig mee te werken aan behandeling. De verpleegkundig specialist en verpleegkundige benadrukten het risico op herhaling van ernstig nadeel door de psychische stoornis en het agressieve gedrag.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een ernstig en onmiddellijk dreigend nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, dat niet kan worden afgewacht tot de zorgmachtigingprocedure. De noodzakelijke zorgvormen werden beperkt tot medicatie, medische controles, bewegingsbeperking, insluiting en opname. Minder bezwarende alternatieven ontbraken en de zorg werd als evenredig en effectief beoordeeld.
De rechtbank verleende de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor drie weken tot en met 18 november 2025 en wees het overige verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.